Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:985

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2018
Datum publicatie
27-06-2018
Zaaknummer
16/05859
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:657
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal van koperen kabels (art. 311.1.4 Sr) en kraken leegstaande woning (art. 138a Sr). Rechtsbijstand door voorkeursadvocaat. Klacht dat het Hof i.s.m. het recht op een eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM bij de bewijsvoering heeft betrokken de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd zonder in de gelegenheid te zijn gesteld om voorkeursadvocaat te raadplegen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/05860 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/814
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2018

Strafkamer

nr. S 16/05859

LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 november 2016, nummer 22/002708-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.