Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:921

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-06-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
18/01038
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:5474, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:415, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/733
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 juni 2018

Eerste Kamer

18/01038

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.M. van der Marel,

t e g e n

ENEXIS B.V.,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

VERWEERSTER in cassatie.

Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 887699 van de kantonrechter te Eindhoven van 22 augustus 2013 en 19 juni 2014;

b. de arresten in de zaak 200.191.564/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 maart 2016, 1 november 2016 en 12 december 2017.

Het arrest van het hof van 12 december 2017 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 12 december 2017 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiser] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiser] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president G. de Groot op 15 juni 2018.