Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:780

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
16/03856
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:211
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal, art. 311.1.5 jo. 48 Sr. Klachten dat uit de bewijsvoering niet blijkt van opzet van verdachte op diefstal en dat de bijdrage van verdachte pas is geleverd nadat de diefstal werd gepleegd. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/674
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/03856

LBS/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juli 2016, nummer 22/004412-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2018.