Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:737

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-05-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
16/03381
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:481
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:2685, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen bedreiging opsporingsambtenaren door tijdens vlucht voor politie vanuit busje met vuurwapens meerdere schoten af te vuren, medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en medeplegen opzettelijk vervoeren 100 kilo hennep. 1. Hof heeft verklaring niet ondervraagde getuige tot bewijs gebezigd. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/04191.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/639
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/03381

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juli 2016, nummer 20/001019-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman en P. van Dongen, advocaat te Rotterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.