Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:711

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
16/05261
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:230
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzetheling scooter, art. 416.1.a Sr. Blijkens bewijsvoering heeft Hof vastgesteld dat verdachte omstreeks 23:55 uur zittend achterop een door medeverdachte bestuurde scooter is aangehouden, dat opsporingsambtenaar bij die aanhouding zag de kappen ter hoogte van het stuur niet meer aanwezig waren en dat er diverse draden loshingen, dat bij onderzoek aan de scooter is vastgesteld dat het contactslot was verwijderd/verbroken, dat de kap onder de kilometerteller was verwijderd en dat diverse draden loshingen en verbonden waren met elkaar, en dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij had gezien dat het voorkapje van de scooter eraf was en dat hij de losse bedrading had gezien. ’s Hofs op die vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de scooter bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard - en daarmee "wist" - dat de scooter gestolen was, is niet onbegrijpelijk. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/1059
RvdW 2018/599
SR-Updates.nl 2018-0205
NJ 2019/175 met annotatie van H.D. Wolswijk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/05261

MTI/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 juli 2016, nummer 22/002308-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J. Vroegindeweij, advocaat te Katwijk, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 10 maart 2014 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een ander, een scooter/bromfiets (merk Piaggio) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die scooter/bromfiets wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 11 maart 2014 van de politie Haaglanden met nr. PL15KO-2014048483. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 33 t/m 34):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op zondag 9 maart 2014 is door mij de middels internet gedane aangifte, verwerkt tot een proces-verbaal.

De aangever gaf op te zijn:

Achternaam: [betrokkene 1]

Voornamen: [voornamen betrokkene 1]

Plaats: Pijnacker

Hij deed aangifte en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, wat plaats vond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen vrijdag 7 maart 2014 te 20:00 uur en zaterdag 8 maart 2014 te 05:00 uur.

"Scooter is omstreeks 16.30u voor mijn deur neergezet. 18.30u ben ik naar de buurvrouw vertrokken en omstreeks 20.00u is er door enkele buren geconstateerd dat de scooter nog aanwezig was. Toen ik circa 5.00u de volgende ochtend thuis kwam bleek de scooter gestolen te zijn. Hierbij werd het goed, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit."

2. Een proces-verbaal van bijlage goederen d.d. 11 maart 2014 van de politie Haaglanden met nr. PL15KO-2014048483. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 35):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Voertuig: Bromfiets

Merk/type: Piaggio C25

Kleur: Zwart

Kenteken: [AA-00-BB]

Chassisnummer: [001]

3. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2014 van de politie Haaglanden met nr. PL15PO-2014048483-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 38 t/m 39):

als de op 11 maart 2014 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

"Ik heb aangifte gedaan van diefstal van mijn snorfiets.

Ik werd vandaag door de politie Pijnacker/Nootdorp gebeld dat mijn gestolen snorfiets was aangetroffen. Ik ben meteen naar het politiebureau Pijnacker/Nootdorp. Ik heb hier op dinsdag 11 maart omstreeks 15:30 uur van de politie een snorfiets gezien. Ik vertel u; dat is mijn weggenomen snorfiets.

Ik herken deze snorfiets als mijn eigendom. Hiervan heb ik op 9 maart 2014 via het internet aangifte gedaan bij de politie."

4. Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 11 maart 2014 van de politie Haaglanden met nr. PL1573-2014049401-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 22 t/m 24):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op maandag 10 maart 2014 omstreeks 23:55 uur, hield ik op de locatie Rommesingel, Pijnacker, binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp, als verdachte aan:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] .

Op maandag 10 maart 2014 omstreeks 23.45 uur bevond ik mij in burger en in vrije tijd op de [a-straat 1] te Pijnacker.

(...)

Hierop ben ik richting het raam gelopen en zag dat er tegenover mijn woning een voor mij onbekende zwarte scooter stond. Ik ben om ongeveer 23.00 uur thuis gekomen van mijn werk waarbij ik mijn motorfiets naast mijn woning heb geparkeerd. De scooter stond er toen nog niet. Ik zag plotseling twee jongens geheel in het donker gekleed te voorschijn komen. Ik kreeg de indruk dat zij vanaf de brandgangen van de woningen tegenover mij kwamen. Kennelijk bij het zien aangaan van de verlichting in mijn woning zag ik dat deze twee jongens in de richting keken van mijn woning en op de zwarte scooter stapte. Ik ben via de achtertuin welke uitkomt op het pad direct naast mijn woning gelopen. Op het moment dat ik het pad naast mijn woning opstapte kwam de zwarte scooter mij tegemoet rijden. Ik zag dat de voor mij ambtshalve bekende [betrokkene 2] als bestuurder reed en dat achter op voor mij de ambtshalve bekende [verdachte] zat. Ik heb met luide stem geroepen dat zij moesten stoppen en ben voor de scooter gaan staan. Ik heb vervolgens gezegd dat ik van de politie was.

(...)

Ik zag dat de zwarte scooter voorzien was van een blauwe kentekenplaat voorzien van de combinatie [AA-00-BB]. Bij navraag middels de telefoon met de wachtcommandant van politiebureau Leidschendam/Voorburg bleek dat de scooter als gestolen stond gesignaleerd. Ik zag dat de kappen ter hoogte van het stuur niet meer aanwezig waren en dat er diverse draden loshingen. De scooter is door de collega's veiliggesteld en overgebracht naar het politiebureau Pijnacker/Nootdorp.

5. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 maart 2014 van de politie Haaglanden met nr. PL15PO-2014049401-16. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 49):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 11 maart 2014 onderzocht ik de inbeslaggenomen snorfiets.

Uiterlijke schouw:

Ik zag dat het een snorfiets betrof van het merk

Piaggio Zip, kleur zwart en voorzien van het kenteken [AA-00-BB] . Ik zag dat het contactslot van de Piaggio verwijderd/verbroken was. Ik zag dat de kap onder de kilometerteller verwijderd was en dat er diverse draden los hingen en verbonden waren met elkaar. Ik zag dat de snorfiets voorzien was van het voertuigenidentificatienummer * [001] *. Ik zag dat de kilometerstand 8008,2 kilometer aangaf. Ik zag dat het voertuigenidentificatienummer origineel was.

Deze snorfiets staat op naam van [betrokkene 1] .

In de aanhoudingsprocessen-verbaal van beide aangehouden verdachten staat abusievelijk het verkeerde kenteken vermeld. In de aanhoudingsprocessen-verbaal staat het kenteken [AA-00-BB] vermeld. Dit moet zijn [AA-00-BB] .

6. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 11 maart 2014 van de politie Rotterdam met nr. PL15PO-2014049401-18. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 73 t/m 79):

als de op 11 maart 2014 afgelegde verklaring van de verdachte:

V: Wat zag je zelf aan de bromfiets.

A: Ik zag dat het voorkapje eraf was.

V: Wij hebben de bromfiets onderzocht waarop jij zat. Wij zagen dat er een contactslot eruit lag en dat er draden waren verbonden. Wat weet jij daarvan?

A: Ik heb alleen de losse bedrading gezien."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte achterop de scooter heeft gezeten. Op dat moment was duidelijk zichtbaar dat de kappen ter hoogte van het stuur waren verwijderd en dat de bedrading los was. De verdachte heeft dit toentertijd ook waargenomen. De verdachte heeft derhalve bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de scooter gestolen was. Door achterop de scooter te gaan zitten heeft hij vervolgens de scooter voorhanden gehad."

2.3.

Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof het volgende vastgesteld:

- de verdachte is aangehouden op 10 maart 2014 omstreeks 23.55 uur. Hij zat toen achterop een scooter die werd bestuurd door [betrokkene 2] ,

- de opsporingsambtenaar zag bij die gelegenheid dat de kappen ter hoogte van het stuur niet meer aanwezig waren en dat er diverse draden loshingen,

- bij onderzoek aan de inbeslaggenomen scooter is vastgesteld dat het contactslot was verwijderd/verbroken, dat de kap onder de kilometerteller was verwijderd en dat diverse draden loshingen en verbonden waren met elkaar, en

- de verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij had gezien dat het voorkapje van de scooter eraf was en dat hij de losse bedrading had gezien.

2.4.

Het op die vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de scooter bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard - en daarmee "wist" - dat de scooter gestolen was, is niet onbegrijpelijk.

2.5.

Het middel faalt.

3 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.