Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:703

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
16/03963
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:451
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

(Poging tot) diefstal bij bankfilialen. Art. 311 Sr. Falende bewijsklachten m.b.t. de (pogingen tot) diefstal, meer in het bijzonder het “medeplegen”. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/03980, 16/04436 en 17/01023.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/610
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/03963

SK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 juli 2016, nummer 22/005394-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.