Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:697

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
15/05508
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:311
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief raadsman niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Verzuim afschrift appeldagvaarding aan raadsman verdachte te zenden. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Noch verdachte noch een raadsman is ttz. in h.b. verschenen. Uit aan cassatieschriftuur gehechte stukken - te weten een stelbrief in h.b. en een verzendcontrolerapport waaruit kan worden afgeleid dat deze brief per fax is verzonden naar het destijds geldende faxnummer van de strafgriffie van Hof - vloeit het ernstige vermoeden voort dat zich in h.b. wel een raadsman heeft gesteld maar dat het voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd. Niet naleving van dit voorschrift staat in de weg aan geldige behandeling van de zaak ttz. in h.b. buiten tegenwoordigheid verdachte en diens raadsman. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/605
SR-Updates.nl 2018-0209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2018

Strafkamer

nr. S 15/05508

SK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 november 2015, nummer 22/004218-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv niet is nageleefd, doordat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 is het middel terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.