Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:668

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-05-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
17/01687
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:76, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:18, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Uitleg begrip ‘nachtrit’ in art. 37 CAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/951
NJ 2018/241
RvdW 2018/597
RAR 2018/109
JAR 2018/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 mei 2018

Eerste Kamer

17/01687

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk,

t e g e n

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. S.F. Sagel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en FNV.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 3740103 CVEXPL 15-297 van de kantonrechter te Amsterdam van 24 september 2015;

b. het arrest in de zaak 200.183.723/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 januari 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

FNV heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht doorhun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. J.L. Luiten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [eiseres] oefent een transportonderneming uit en is lid van de Vereniging Transport en Logistiek Nederland (hierna: TLN). TLN heeft met FNV een cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen afgesloten voor de periode 2012-2013 (hierna: de CAO). De CAO is algemeen verbindend verklaard geweest van 1 februari 2013 tot 1 januari 2014.

(ii) In de CAO is het volgende bepaald:

“Artikel 37

Toeslag ééndaagse nachtritten

Per 1 januari 2012 wordt voor ééndaagse nachtritten voor de diensturen gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur een vergoeding […] toegekend.

(…)”

Blijkens voetnoot 1 bij art. 40 CAO wordt onder een ééndaagse rit verstaan een rit waarbij het vertrek en de aankomst binnen 24 uur plaatsvinden. Het begrip ‘nachtrit’ is niet gedefinieerd.

3.2.1

FNV heeft, voor zover in cassatie van belang, veroordeling gevorderd van [eiseres] om art. 37 CAO op juiste wijze na te leven, aldus dat [eiseres] haar chauffeurs over de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur (daaropvolgend) een nachttoeslag betaalt indien zij in de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 (daaropvolgend) werkzaamheden verrichten, ongeacht of hun dienst (ook) loopt tussen 00.00 en 06.00 uur.

3.2.2

Voor zover in cassatie van belang, heeft de kantonrechter de vordering van FNV toegewezen en heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof heeft daartoe, samengevat, het volgende overwogen.

Art. 37 CAO bepaalt dat een (extra) vergoeding is verschuldigd over de uren tussen 20.00 en 04.00 uur en voorts dat dit geldt voor nachtritten. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het verrichten van werkzaamheden (deels of geheel) vallend in de periode 20.00 tot 04.00 uur dient te worden beschouwd als een nachtrit (FNV) dan wel dat eerst van een nachtrit sprake is als (ook) in de periode 00.00 tot 04.00 uur is gewerkt
([eiseres]). Nu een afzonderlijke definitie van het begrip nachtrit in de CAO ontbreekt, dient de bepaling te worden uitgelegd overeenkomstig de voor uitleg van cao’s geldende norm. (rov. 3.4.2)

Uit art. 37 CAO volgt in ieder geval dat de werkzaamheden vallend tussen 20.00 en 04.00 in beginsel– het element ‘nachtrit’ daargelaten – voor een toeslag in aanmerking komen. Het gaat daarbij naar zijn aard om een inconveniëntentoeslag. FNV stelt zich op het standpunt dat alle werkzaamheden vallend binnen dit tijdsbestek voor deze extra vergoeding in aanmerking komen, terwijl [eiseres] betoogt dat dit enkel geldt voor het geval de desbetreffende werkzaamheden – al dan niet ook – vallen binnen het tijdsbestek van 00.00 tot 04.00 uur. Die laatste lezing kan niet worden gevolgd. Een dergelijke nadere voorwaarde komt in de CAO als zodanig niet voor en het ligt voorts meer voor de hand een rit die valt in het in de CAO genoemde tijdsbestek van 20.00 en 04.00 aan te merken als een nachtrit in de zin van de CAO waarover toeslag is verschuldigd. Deze uitleg strookt ook met de duidelijkheid (lees: de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen) in die zin dat de werkzaamheden verricht in de uren (niet enkel tussen 00.00 en 04.00 maar ook die) gelegen tussen 20.00 en 00.00 uur altijd worden vergoed, waar in de visie van [eiseres] de vergoeding voor laatstbedoelde werkzaamheden nog afhankelijk is van de vraag of tevens na 00.00 uur is gewerkt. Laatstbedoelde uitleg zou er bovendien toe leiden dat de uren gewerkt tussen 20.00 en 00.00 uur de ene keer wel en de andere keer niet voor vergoeding in aanmerking komen, hetgeen op gespannen voet staat met de hiervoor aangeduide aard van de toeslag. (rov. 3.4.3)

Bij de aldus voorgestane uitleg is tevens acht geslagen op de systematiek van de cao’s geldend vóór 1994, waarin laatstelijk in art. 32 van de desbetreffende cao de uren tussen 06.00 en 20.00 uur werden aangeduid als dagdienst, waarbij geen toeslag was verschuldigd in tegenstelling tot de uren gelegen tussen 20.00 en 06.00 uur, waarvoor wel een toeslag gold (rov. 3.4.4).

Het feit dat in de door het hof voorgestane uitleg de toevoeging ‘nacht’ aan het begrip ‘eendaagse ritten’ in art. 37 CAO ook weggelaten had kunnen worden, weegt onvoldoende op tegen de hiervoor gegeven argumentatie om tot een ander oordeel te komen (rov. 3.4.6).

3.3.1

Het middel klaagt dat de door het hof aan art. 37 CAO gegeven uitleg blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan het hof aanneemt, is van een nachtrit in de zin van art. 37 CAO pas sprake als een ééndaagse rit als hier aan de orde ten minste deels na middernacht plaatsvindt, omdat het spraakgebruik meebrengt dat een rit die vóór 00.00 uur (middernacht) eindigt, niet een nachtrit maar een avondrit is, aldus de klacht.

3.3.2

De onderhavige CAO-bepaling is algemeen verbindend verklaard (Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 januari 2013, Stcrt. 2013, 2496) en bevat dus recht in de zin van art. 79 RO. De door het hof aan de CAO-bepaling gegeven uitleg kan derhalve in cassatie op juistheid worden onderzocht. De uitleg dient te geschieden aan de hand van de cao-norm (zie onder meer HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687, NJ 2017/114 (FNV/Condor), rov. 3.4 en HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox), rov. 4.2-4.5).

3.3.3

De klachten van het middel falen. Het hof heeft een juiste uitleg gegeven aan art. 37 CAO. Uit de bewoordingen van die bepaling volgt dat werkzaamheden vallend tussen 20.00 en 04.00 uur voor een toeslag in aanmerking komen. De voorwaarde die [eiseres] stelt, namelijk dat van een nachtrit pas sprake is als een ééndaagse rit ten minste deels na 00.00 uur plaatsvindt, vindt geen steun in de bewoordingen van de CAO en leidt tot onaannemelijke rechtsgevolgen (zie over dit laatste de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.3 en 3.4). De door [eiseres] genoemde omstandigheid dat art. 37 CAO spreekt van een ‘nachtrit’ en dat een rit die vóór 00.00 uur eindigt volgens het spraakgebruik een ‘avondrit’ is, weegt onvoldoende zwaar om tot een ander oordeel te komen.
De overige argumenten van [eiseres] kunnen bij de uitleg van art. 37 CAO geen rol spelen (zie hiervoor de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.10.3-3.10.5).

3.3.4

De klacht dat het hof in rov. 3.4.4 ten onrechte argumenten heeft ontleend aan het feit dat vóór 1994 bepaalde uren als dagdienst werden aangemerkt, kan niet tot cassatie leiden omdat het (rechts)oordeel van het hof juist is (zie hiervoor in 3.3.3).

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FNV begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.H.T. Heisterkamp als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.