Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:65

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
23-01-2018
Zaaknummer
15/04617
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1466, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanhoudingsverzoek. Gemachtigde raadsvrouw verzoekt aanhouding omdat verdachte zich heeft verslapen. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314 m.b.t. vereiste belangenafweging bij beslissing op aanhoudingsverzoek. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek blijkt niet dat het Hof de mogelijkheid tot schorsing van het onderzoek tot een later tijdstip op de dag onder ogen heeft gezien, noch dat het deze belangenafweging heeft gemaakt. Daarom is de afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG (anders): De belangenafweging ligt in ’s Hofs overwegingen besloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/316
RvdW 2018/190
TPWS 2018/26
TPWS 2018/57
JIN 2018/36 met annotatie van C. van Oort
NJ 2018/324 met annotatie van Redactie, T. Kooijmans
SR-Updates.nl 2018-0041
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 januari 2018

Strafkamer

nr. S 15/04617

SA/MM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 september 2015, nummer 20/003746-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van het onder parketnummer 96/165350-14 tenlastegelegde - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

2.2.1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen. Het houdt voorts het volgende in:

"Als raadsvrouwe van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. K.G.L. Bovens, advocaat te Tilburg.

De raadsvrouwe deelt desgevraagd het volgende mede.

Ik had verwacht dat mijn cliënt vandaag ter terechtzitting aanwezig zou zijn. Ik heb hem daarom gebeld. Hij heeft zich blijkbaar verslapen. Hij is dus van deze zitting op de hoogte.

Ik ben uitdrukkelijk gemachtigd tot het voeren van de verdediging, maar aangezien cliënt in eerste aanleg niet ter terechtzitting is verschenen, wil hij graag bij de behandeling in hoger beroep aanwezig zijn. Ik verzoek uw hof daarom om de behandeling van de zaak aan te houden.

De advocaat-generaal deelt mede dat hij zich verzet tegen aanhouding van de zaak.

De voorzitter deelt als zijn beslissing mede dat het verzoek om aanhouding van de zaak wordt afgewezen, omdat verdachte op de hoogte is van deze terechtzitting en het feit dat hij zich verslapen heeft, mede gelet op het huidige tijdstip van 11.30 uur, geen geldig excuus is om niet ter terechtzitting te verschijnen."

2.2.2.

Blijkens dat proces-verbaal heeft vervolgens het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden in afwezigheid van de verdachte, maar in aanwezigheid van de op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsvrouwe, en is het gesloten.

2.3.

Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).

2.4.

Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat het Hof de mogelijkheid tot schorsing van het onderzoek tot een later tijdstip op de dag onder ogen heeft gezien, noch dat het deze afweging van belangen heeft gemaakt. Daarom is de afwijzing door het Hof van het verzoek ontoereikend gemotiveerd.

2.5.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak – voor zover aan het oordeel van de
Hoge Raad onderworpen – niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen -;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.