Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:630

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-04-2018
Datum publicatie
20-04-2018
Zaaknummer
16/00410
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1428
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:5621
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Prejudicieel verzoek
Inhoudsindicatie

Douanerechten; postonderverdelingen 8528 51 00 en 8528 59 40 van de GN; tariefindeling van grote lcd-beeldschermen die zowel gegevens kunnen weergeven van een automatische gegevensverwerkende machine als videobeelden afkomstig van andere bronnen; kunnen ook beeldschermen die niet geschikt zijn voor werk op korte afstand monitors zijn van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN? Prejudiciële vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 20-04-2018
FutD 2018-1104
DouaneUpdate 2018-0169
NTFR 2018/1154 met annotatie van mr. G. van Dam
BNB 2018/196 met annotatie van G.J. van Slooten
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 april 2018

nr. 16/00410

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 december 2015, nrs. 14/00707 tot en met 14/00711, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 13/3433 tot en met HAA 13/3437) betreffende bij vijf beschikkingen ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichtingen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 29 december 2016 geconcludeerd tot het ongegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1428). De conclusie is aan dit arrest gehecht.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

De Hoge Raad heeft partijen in kennis gesteld van zijn voornemen het Hof van Justitie van de Europese Unie te verzoeken een prejudiciële beslissing te geven. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, gereageerd op de aan partijen in concept voorgelegde vraagstelling.

2 Uitgangspunten in cassatie

2.1.

Belanghebbende heeft bindende tariefinlichtingen aangevraagd voor vijf zogenoemde large format informatiedisplays met lcd-scherm (hierna: de beeldschermen). De beeldschermen verschillen onderling wat betreft afmeting (een beelddiagonaal variërend van 46 inch tot 70 inch), gewicht (variërend van 19,3 kilogram tot 81,7 kilogram) en technische kenmerken (waaronder pixel pitch en candela in cd/m2). De beeldschermen zijn niet uitgerust met een ontvangtoestel voor televisie.

2.2.

De beeldschermen beschikken over diverse ingangen die verbinding mogelijk maken met onder meer een automatische gegevensverwerkende machine, een apparaat voor opname en weergave van geluid en beeld, of een dvd-speler. De beeldschermen worden verkocht met een afstandsbediening en diverse kabels.

2.3.

De beeldschermen kunnen – onafhankelijk van een automatisch gegevensverwerkend systeem - een kleurenbeeld van een composiet videosignaal weergeven.

2.4.

De beeldschermen zijn gezien hun afmetingen, gewicht en functionaliteit niet geschikt voor gebruik als beeldscherm op een bureau of tafel. Zij worden niet verkocht aan consumenten maar worden aangeboden op de zakelijke markt voor met name gebruik in een automatisch gegevensverwerkend systeem in (grote) openbare ruimten zoals luchthavens en treinstations om reisinformatie weer te geven of in (grote) ruimten van kantoren om algemene informatie weer te geven.

2.5.

De Inspecteur heeft op 24 april 2013 respectievelijk 26 april 2013 voor de beeldschermen bindende tariefinlichtingen verstrekt. Hij heeft de beeldschermen ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 40 van de Gecombineerde Nomenclatuur zoals neergelegd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 (hierna: de GN) als “andere monitor voor kleurenweergave met lcd-scherm” (tarief van douanerechten 14 percent).

2.6.

Belanghebbende heeft tegen de hiervoor in 2.5 bedoelde bindende tariefinlichtingen bezwaar gemaakt op de grond dat de beeldschermen monitors zijn van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN. Daarom moeten zij, aldus belanghebbende, worden ingedeeld in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN (tarief van douanerechten 0 percent). De Inspecteur heeft deze bezwaren ongegrond verklaard en de bindende tariefinlichtingen gehandhaafd.

3 Beoordeling van de middelen

3.1.

Het Hof heeft voor de uitleg van de zinsnede “monitors van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471” in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN aansluiting gezocht bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 februari 2009, Kamino International Logistics B.V., C‑376/07, ECLI:EU:C:2009:105 (hierna: het arrest Kamino). Uit punt 60 van het arrest Kamino heeft het Hof afgeleid dat monitors die hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem kunnen worden geïdentificeerd door technische kenmerken, in het bijzonder het feit dat zij zijn ontworpen om op korte afstand ervan te werken en daarom ook lage elektromagnetische veldemissies hebben.

Aangezien de beeldschermen evident niet zijn ontworpen voor werk op korte afstand ervan, ontbreekt, aldus het Hof, enige interactie tussen de gebruiker (lezer) van de monitor en de gebruiker van de automatische gegevensverwerkende machine, zodat bij de beeldschermen geen sprake is van uitsluitend of hoofdzakelijk gebruik in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Naar het oordeel van het Hof moeten de beeldschermen daarom worden ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 40 van de GN.

3.2.

De middelen steunen op het betoog dat de beeldschermen over kenmerken en eigenschappen beschikken die deze in het bijzonder geschikt maken om in grote (openbare) ruimten informatie weer te geven die afkomstig is van een automatische gegevensverwerkende machine en dat de beeldschermen ook feitelijk voor die bestemming worden aangeschaft en als zodanig worden gebruikt. Gelet op de bewoordingen van postonderverdeling 8528 51 00 van de GN moeten de beeldschermen daarom, aldus de middelen, worden ingedeeld in die postonderverdeling. Steun voor deze uitleg ontlenen de middelen onder meer aan de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst van 13 december 1996 inzake informatietechnologieproducten (Information Technology Agreement), goedgekeurd bij besluit 97/359/EG van de Raad van 24 maart 1997 betreffende afschaffing van de rechten op informatietechnologieproducten (hierna: ITA).

3.3.

De middelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Daarbij is het volgende van belang.

3.3.1.

Post 8528 van de GN luidt – voor zover van belang - als volgt:

“8528 Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

(…)

- andere monitors:

8528 51 00 -- van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471

8528 59 -- andere:

8528 59 10 --- voor monochrome weergave

--- voor kleurenweergave:

8528 59 40 ---- met lcd-schermen

8528 59 80 ---- andere”.

3.3.2.

Aantekeningen 5C en 5D op hoofdstuk 84 van de GN luiden – voor zover van belang – als volgt:

“C. Met inachtneming van het bepaalde in onder D en E hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:

1. zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem;

2. zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten; en

3. zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm - codes of signalen - die bruikbaar is voor het systeem.

Afzonderlijk aangeboden eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine worden onder post 84.71 ingedeeld.

(…)

D. Post 8471 omvat niet de navolgende toestellen indien zij afzonderlijk worden aangeboden, zelfs indien zij beantwoorden aan alle in aantekening 5, onder C, hiervoor vermelde voorwaarden:

1) (…)

5) monitors en projectietoestellen, niet voorzien van ontvangtoestel voor televisie.”.

3.3.3.

De toelichting van de Werelddouaneorganisatie (hierna: de WDO) op de in 2012 vastgestelde versie van post 8528 van het hierna als het GS aan te duiden Geharmoniseerde Systeem bevat de volgende algemene opmerking:

Monitors, projectors and television sets utilize different technologies, such as CRT (cathode-ray tube), LCD (liquid crystal display), DMD (digital micromirror device), OLED (organic light emitting diodes) and plasma, to display images.

Monitors and projectors may be capable of receiving a variety of signals from different sources. (…)”.

3.3.4.

Met betrekking tot met name monitors van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem is in de toelichting van de WDO op post 8528 van het GS het volgende vermeld:

“(A) MONITORS OF A KIND SOLELY OR PRINCIPALLY USED IN AN AUTOMATIC DATA PROCESSING SYSTEM OF HEADING 84.71

This group includes CRT and non-CRT (e.g., flat panel screen) monitors which provide a graphical presentation of the data processed. These monitors are distinguishable from other types of monitors (see (B) below) and from television receivers. They include:

(1) Those monitors which are capable of accepting a signal only from the central processing unit of an automatic data processing machine and, therefore, are not able to reproduce a colour image from a composite video signal whose waveform conforms to a broadcast standard (NTSC, SECAM, PAL, D-MAC, etc.). They are fitted with connectors characteristic of data processing systems (e.g., RS-232C interface, DIN or SUB-D connectors) and do not have an audio circuit. They are controlled by special adaptors (e.g., monochrome or graphics adaptors) which are integrated in the central processing unit of the automatic data processing machine.

(2) CRT monitors having a display pitch size starting at 0.41 mm for medium resolution, which gets smaller as the resolution increases.

(3) Those CRT monitors which, in order to accommodate the presentation of small yet well-defined images, utilize smaller dot (pixel) sizes and greater convergence standards than those applicable to the monitors described at (B) below and television receivers. (Convergence is the ability of the electron gun(s) to excite a single spot on the face of the cathode-ray tube without disturbing any of the adjoining spots.)

(4) CRT monitors whose video frequency (bandwidth), which is the measurement determining how many dots can be transmitted per second to form the image, is generally 15 MHz or greater. Whereas, in the case of the monitors described at (B) below, the bandwidth is generally no greater than 6 MHz. The horizontal scanning frequency of these monitors varies according to the standards for various display modes, generally from 15 kHz to over 155 kHz. Many are capable of multiple horizontal scanning frequencies. The horizontal scanning frequency of the monitors described at (B) below is fixed, usually 15.6 or 15.7 kHz depending on the applicable television standard. Moreover, the monitors of this group do not operate in conformity with national or international broadcast frequency standards for public broadcasting or with frequency standards for closed-circuit television.

These monitors of this group are characterised by low electromagnetic field emissions and they frequently incorporate tilt and swivel adjusting mechanisms, glare-free surfaces, flicker-free display, and other ergonomic design characteristics to facilitate prolonged periods of viewing at close proximity to the monitor.”.

3.3.5.

Met betrekking tot monitors die niet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem is in de toelichting van de WDO op post 8528 van het GS het volgende vermeld:

“(B) MONITORS OTHER THAN THOSE OF A KIND SOLELY OR PRINCIPALLY USED IN AN AUTOMATIC DATA PROCESSING SYSTEM OF HEADING 84.71

This group includes monitors which are receivers connected directly to the video camera or recorder by means of co-axial cables, so that all the radio-frequency circuits are eliminated. They are used by television companies or for closed-circuit television (airports, railway stations, factories, hospitals, etc.). These apparatus consist essentially of devices which can generate a point of light and display it on a screen synchronously with the source signals. They incorporate one or more video amplifiers with which the intensity of the point can be varied. They can, moreover, have separate inputs for red (R), green (G) and blue (B), or be coded in accordance with a particular standard (NTSC, SECAM, PAL, D-MAC, etc.). For reception of coded signals, the monitor must be equipped with a decoding device covering (the separation of) the R, G and B signals. The most common means of image reconstitution is the cathode-ray tube, for direct vision, or a projector with up to three projection cathode-ray tubes; however, other monitors achieve the same objective by different means (e.g., liquid crystal screens, diffraction of light rays on to a film of oil). These may be in the form of CRT monitors or flat panel displays, e.g., LCD, LED, plasma.”.

3.3.6.

Postonderverdeling 8528 51 00 van de GN (tekst sinds 1 januari 2007) ziet op monitors van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN. Monitors van deze soort werden tot de wijziging van het GS op 1 januari 2007 als “uitvoereenheid voor een automatische gegevensverwerkende machine” ingedeeld in post 8471 60 90 van de GN. De GN, die berust op het GS, is wat de posten en de uit zes cijfers bestaande postonderverdelingen betreft daarmee in overeenstemming.

Met de hier bedoelde wijziging in de opbouw van het GS is niets anders beoogd dan de voorheen in post 8471 60 van het GS in te delen monitors voortaan onder te brengen in een aparte postonderverdeling van post 8528 van het GS en deze monitors te blijven onderscheiden van andere typen (video)monitors en van ontvangtoestellen voor televisie. Dit blijkt uit zowel de vóór 1 januari 2007 geldende als de met ingang van 1 januari 2007 opgestelde en sindsdien geldende toelichtingen op de posten 8471 en 8528 van het GS. Uit het voorgaande volgt dat ervan kan worden uitgegaan dat de rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot monitors van postonderverdeling 8471 60 90 (oud) van de GN zijn belang heeft behouden voor de uitleg van postonderverdeling 8528 51 00 van de GN.

3.4.1.

Het beslissende criterium voor de tariefindeling van producten moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten van de GN en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven. Deze objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten moeten kunnen worden vastgesteld op het ogenblik dat zij bij de douane worden aangeboden om in het vrije verkeer te worden gebracht (vgl. HvJ 17 juli 2014, Panasonic Italia SpA, C-472/12, ECLI:EU:C:2014:2082, hierna: het arrest Panasonic, punten 35 en 36 en de aldaar aangehaalde rechtspraak). De bestemming van het product kan een objectief indelingscriterium zijn wanneer die bestemming inherent is aan het product. Deze inherente bestemming van een product moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product.

3.4.2.

Uit de hiervoor in 2.1 tot en met 2.3 weergegeven omschrijving van de beeldschermen volgt dat deze platte monitors met een lcd-scherm zijn die zijn ontworpen en vervaardigd voor enerzijds de weergave van uit een automatische gegevensverwerkende machine afkomstige gegevens, en anderzijds de weergave van samengestelde videosignalen afkomstig uit andere bronnen dan een automatische gegevensverwerkende machine. Blijkens de tekst van postonderverdeling 8528 51 00 van de GN behoeft de geschiktheid beelden weer te geven uit andere bronnen dan uit een automatische gegevensverwerkende machine, de indeling van een beeldscherm in deze postonderverdeling niet uit te sluiten. In die tekst wordt immers verwezen naar monitors van de soort die “uitsluitend of hoofdzakelijk” wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN (vgl. met betrekking tot postonderverdeling 8471 60 90 (oud) van de GN punt 49 van het arrest Panasonic, en de punten 43 tot en met 45 van het arrest Kamino).

3.4.3.

Anders dan de middelen betogen, volstaat voor indeling van monitors in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN niet het feit dat de beeldschermen in de praktijk worden aangeschaft voor gebruik op de zakelijke markt in automatische gegevensverwerkende systemen. De inherente bestemming van de beeldschermen dient, zoals hiervoor in 3.4.1 is overwogen, te worden vastgesteld op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van de beeldschermen en niet op basis van hun gebruikelijke, feitelijke aanwending. In zoverre falen de middelen.

3.5.

De middelen voor het overige doen de vraag rijzen of indeling van monitors in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN is beperkt tot monitors van de soort die zijn ontworpen en vervaardigd voor werk op korte afstand. Daarbij rijst voorts de vraag of dit laatstgenoemde begrip veronderstelt – zoals het Hof kennelijk heeft gemeend – dat tussen de gebruiker van de automatische gegevensverwerkende machine en de gebruiker van het beeldscherm interactie bestaat in die zin dat de gebruiker van de automatische gegevensverwerkende machine tevens het beeldscherm gebruikt (afleest) bij het bewerken en/of invoeren van gegevens. De beeldschermen zijn niet ontworpen als hulpmiddel bij het invoeren en bewerken van gegevens in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Indien voor indeling in post 8528 51 00 van de GN een computermonitor moet zijn ontworpen om op die wijze binnen een automatisch gegevensverwerkend systeem te fungeren, wordt aan dat criterium in dit geval niet voldaan.

3.6.

In de arresten Kamino en Panasonic herhaalt het Hof van Justitie allereerst zijn vaste rechtspraak dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals omschreven in de tekst van de posten van de GN en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk. Ook herhaalt het Hof van Justitie in deze arresten dat de toelichtingen van de WDO belangrijke middelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van het gemeenschappelijke douanetarief en derhalve als waardevolle hulpmiddelen bij de uitleg ervan kunnen worden beschouwd. Vervolgens heeft het Hof van Justitie in punt 59 van het arrest Kamino respectievelijk punt 50 van het arrest Panasonic verduidelijkt dat met betrekking tot de criteria om vast te stellen of monitors zijn van de soort die “hoofdzakelijk” wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem, gebruik moet worden gemaakt van de toelichtingen op post 8471 van het GS, in het bijzonder de punten 1 tot en met 5 van het deel van GS-hoofdstuk I, D. Deze punten zien op beeldschermeenheden van automatische gegevensverwerkende machines. Voor het onderhavige geding betekent het voorgaande dat vanwege de wijzigingen in het GS (zie hiervoor in 3.3.6) gebruik moet worden gemaakt van de toelichting op post 8528 van het GS.

Blijkens deze punten 1 tot en met 5 worden – aldus het Hof van Justitie in punt 51 van het arrest Panasonic en punt 60 van het arrest Kamino – monitors die hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem geïdentificeerd door:

“… met name het feit dat zij zijn ontworpen voor werk op korte afstand, dat zij geen televisiesignalen kunnen weergeven, dat zij lage elektromagnetische veldemissies hebben, dat de afstand tussen de beeldpunten begint bij 0,41 voor een gemiddelde (medium) resolutie en kleiner wordt naargelang de resolutie toeneemt, dat hun beeldfrequentie 15 MHz of meer bedraagt, en door het feit dat de beeldpunten op het scherm kleiner zijn dan bij de videomonitoren van GS-post 8528, terwijl de convergentie van eerstgenoemde sterker is dan die van laatstgenoemde (…).”

3.7.

Deze overweging zou enerzijds zo kunnen worden gelezen dat de omstandigheid dat een monitor niet is ontworpen voor werk op korte afstand, voldoende is om deze uit te sluiten van indeling als “monitor van de soort die hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN”.

3.8.1.

Anderzijds kan worden betoogd dat de zinsnede “zij zijn ontworpen voor werk op korte afstand” niet meer is dan een voorbeeld van een objectief kenmerk dat in aanmerking kan worden genomen bij de beoordeling of een monitor kan worden ingedeeld als monitor van de soort die hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN.

3.8.2.

Steun voor deze laatste opvatting kan worden gevonden in de hiervoor in 3.3.4 en 3.3.5 weergegeven toelichtingen. De teksten van deze toelichtingen nopen niet tot de opvatting dat grote computermonitors met een bijkomstige functionaliteit van videomonitor reeds zijn uitgesloten van postonderverdeling 8528 51 van het GS omdat zij niet geschikt zijn om te worden geplaatst op een bureaublad of werktafel voor gebruik op korte afstand. De formuleringen “This group includes (…)” en “These monitors of this group are characterised by (…)” in deze toelichtingen kunnen aldus worden gelezen dat daarmee niet is bedoeld een uitputtende beschrijving te geven van bestaande monitors en van de karakteristieken ervan. Deze formuleringen lijken ruimte te laten voor de opvatting dat ook andere monitors dan die welke uitdrukkelijk in die toelichtingen zijn benoemd tot die post kunnen worden gerekend.

Daarbij komt dat uit de hiervoor in 3.3.4 en 3.3.5 bedoelde toelichtingen van de WDO niet kan worden afgeleid dat postonderverdeling 8528 51 van het GS is beperkt tot monitors die zijn ontworpen en vervaardigd voor werk op korte afstand. Evenmin valt daarin te lezen dat postonderverdeling 8528 51 van het GS is beperkt tot monitors die zijn ontworpen voor gebruik op korte afstand door degene die gegevens in de automatische gegevensverwerkende machine bewerkt en/of invoert. Deze beperkingen liggen naar het oordeel van de Hoge Raad ook niet voor de hand. Zij zouden immers meebrengen dat ook monitors die uitsluitend een ingang hebben voor een verbinding met een automatische gegevensverwerkende machine doch niet geschikt zijn voor werk op korte afstand, niet in post 8528 51 van het GS zouden kunnen worden ingedeeld. Dit strookt naar het oordeel van de Hoge Raad niet met de bewoordingen van postonderverdeling 8528 51 van het GS.

Juist voor monitors van de soort die hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem lijken de toelichtingen van de WDO niet meer dan een algemene omschrijving te geven. Daarbij wordt opgemerkt dat een aantal van de door het Hof van Justitie in punt 51 van het arrest Panasonic en punt 60 van het arrest Kamino genoemde technische criteria (zoals de afstand tussen de beeldpunten van de monitor, de beeldfrequentie, de grootte van de beeldpunten en de convergentie van de monitor) op grond van de hiervoor in 3.3.4 en 3.3.5 vermelde toelichtingen uitsluitend relevant zijn voor monitors met een kathodestraalbuis en niet voor monitors met een lcd-scherm zoals de beeldschermen. De door het Hof van Justitie vermelde technische kenmerken, ontleend aan deze toelichtingen van de WDO, lijken dan ook niet waardevol voor de vaststelling of monitors met een lcd-scherm zoals de beeldschermen, monitors zijn van de soort die hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem.

3.8.3.

Indien de toelichtingen van de WDO op post 8528 van het GS geen houvast bieden voor de tariefindeling van grote, niet voor werk op korte afstand geschikte, computermonitors in postonderverdeling 8528 51 of 8528 59 van het GS, kan als bijkomend argument voor indeling in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN worden gewezen op de verplichtingen die voortvloeien uit ITA. Het gaat hier om de verplichting voor landen om de handel en invoer van informatietechnologieproducten te liberaliseren voor onder meer automatische gegevensverwerkende machines en in- en uitvoereenheden daarvoor van post 8471 van het GS. Voorts is in attachment B bij ITA een lijst van specifieke producten opgenomen die vrij van rechten moeten kunnen worden ingevoerd, ongeacht in welke post van het GS zij worden ingedeeld. In die lijst zijn niet alleen computers (automatische gegevensverwerkende machines) en monitors opgenomen, maar ook flat panel displays voor producten die onder ITA vallen. Ook al roepen de bepalingen van ITA voor particulieren geen rechten in het leven waarop zij zich krachtens het Unierecht rechtstreeks voor de rechter kunnen beroepen, dit neemt niet weg dat GN‑postonderverdelingen in voorkomend geval zo veel mogelijk overeenkomstig deze overeenkomst moeten worden uitgelegd (vgl. HvJ 14 april 2011, British Sky Broadcasting en Pace, gevoegde zaken C-288/09 en C-289/09, ECLI:EU:C:2011:248, punt 83, en 22 november 2012, Digitalnet OOD e.a., gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11 en C-383/11, ECLI:EU:C:2012:745, punt 39).

3.8.4.

Opmerking verdient dat ITA al geruime tijd bestond ten tijde van de invoer, in augustus 2004, die aanleiding vormde voor de procedure, uitmondend in het arrest Kamino. Nadien heeft een WTO-panel echter op 16 augustus 2010 in het kader van ITA zijn verslagen in de zaken WT/DS375/R, WT/DS376/R en WT/DS377/R (Europese Gemeenschappen en hun lidstaten – Tariefbehandeling van bepaalde informatietechnologieproducten) bekendgemaakt. De in deze verslagen opgenomen conclusies zijn op 21 september 2010 door het Dispute Settlement Body (hierna: het DSB) overgenomen. In die verslagen wordt onder meer gepreciseerd:

“In the absence of the duty suspension under Council Regulation No. 179/2009, the measures direct national customs authorities to classify some flat panel display devices that are capable of receiving and reproducing video images both from an automatic data-processing machine and from a source other than an automatic data-processing machine, that fall within the scope of the FPDs narrative description and/or within the scope of the CN code 8471 60 90, under dutiable headings. Because the concessions call for duty-free treatment of products falling within their scope, this dutiable treatment is inconsistent with Article II:1(b) of the GATT 1994.

In the absence of the duty suspension under Council Regulation No. 179/2009, the measures direct national customs authorities to classify some flat panel display devices that have a DVI interface, whether or not they are capable of receiving signals from another source, that fall within the scope of the FPDs narrative description and/or within the scope of the CN code 8471 60 90, under dutiable headings. Because the concessions call for duty-free treatment of products falling within their scope, this dutiable treatment is inconsistent with Article II:1(b) of the GATT 1994.

Given the duty suspension currently in effect for certain products in dispute falling within the scope of the FPDs narrative description or within the scope of CN code 8471 60 90, the inconsistency with Article II:1(b) referred to in subparagraphs (a) and (b) above is eliminated because the duties are suspended and hence are not in excess of those provided for in the EC Schedule.

For those products in dispute falling within the scope of the FPDs narrative description or within the scope of CN code 8471 60 90 and that are not covered by the duty suspension with the result that they are subject to dutiable treatment, the duty suspension does not eliminate the inconsistency with Article II:1(b) for these products and therefore this dutiable treatment is inconsistent with Article II:1(b) of the GATT 1994.”.

De termijn waarbinnen de Europese Unie moest voldoen aan deze conclusies van het DSB verstreek op 30 juni 2011. Bij Verordening (EU) nr. 953/2013 van de Raad van 26 september 2013 tot wijziging van de GN (Pb L 263) heeft de Raad de GN-onderverdelingen van post 8528 vanaf 25 oktober 2013 gewijzigd. Vanaf die datum is de invoer van “platte beeldschermen (…) met lcd-beeldscherm” (postonderverdeling 8528 59 31 van de GN) vrij van rechten gemaakt.

3.8.5.

Op 4 februari 2014 respectievelijk op 8 augustus 2014 heeft de Commissie de uitvoeringsverordeningen nr. 112/2014, nr. 114/2014 en nr. 877/2014, vastgesteld tot indeling van bepaalde platte lcd-schermen die signalen kunnen weergeven van zowel automatische gegevensverwerkende machines met een aanvaardbaar niveau van functionaliteit als van andere beeldbronnen in postonderverdeling 8528 59 31 van de GN (hierna: de indelingsverordeningen). De indelingsverordeningen betreffen lcd-beeldschermen waarvan de beeldschermdiagonaal varieert van 21 inches tot 40 inches. Blijkens de motivering voor de indeling van vorenbedoelde schermen in post 8528 59 31 van de GN - en niet in de van rechten vrijgestelde postonderverdeling 8528 51 00 van de GN - houdt de Commissie voor de beoordeling als geheel onder meer rekening met het objectieve kenmerk dat de desbetreffende beeldschermen beschikken over “een pixelafstand die niet geschikt is voor langdurig kijken van dichtbij”. De indelingsverordeningen golden niet ten tijde van de invoer van de beeldschermen. Ook was ten tijde van de invoer van de beeldschermen onder post 8528 van de GN geen onderverdeling opgenomen voor “platte beeldschermen die signalen kunnen weergeven van automatische gegevensverwerkende machines met een aanvaardbaar niveau van functionaliteit”.

De in de indelingsverordeningen opgenomen toelichtingen wijzen erop dat de Commissie ervan uitgaat dat moet worden gelet op een aantal kenmerken en eigenschappen van de schermen en niet alleen op de geschiktheid voor werk op korte afstand.

3.9.

Al het voorgaande overziende, acht de Hoge Raad het niet buiten redelijke twijfel of de beeldschermen reeds zijn uitgesloten van indeling in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN vanwege de eigenschap dat zij niet zijn ontworpen voor werk op korte afstand. Daarom zal de Hoge Raad over de reikwijdte van deze postonderverdeling een vraag voorleggen aan het Hof van Justitie.

3.10.

Indien na beantwoording van die vraag blijkt dat de beeldschermen niet reeds vanwege, kort gezegd, hun grootte, gewicht en functionaliteit zijn uitgesloten van indeling in postonderverdeling 8528 51 00 van de GN, dient de zaak te worden teruggewezen naar het Hof om de feiten vast te stellen omtrent de door belanghebbende aangevoerde eigenschappen en kenmerken van de beeldschermen die zouden nopen tot de conclusie dat de beeldschermen monitors zijn van de soort die hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 van de GN.

3.11.

Naar aanleiding van het vorenstaande zal de Hoge Raad op de voet van artikel 267 VWEU aan het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken om een prejudiciële beslissing inzake de hierna vermelde vraag.

4 Beslissing

De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vraag:

Moeten postonderverdelingen 8528 51 00 en 8528 59 40 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst van 1 januari 2007 tot 25 oktober 2013) zo worden uitgelegd dat platte lcd-beeldschermen, ontworpen en vervaardigd voor de weergave van uit een automatische gegevensverwerkende machine afkomstige gegevens en van uit andere bronnen afkomstige samengestelde videosignalen, ongeacht de overige objectieve kenmerken en eigenschappen van de specifieke monitor, worden ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 40 van de GN indien zij vanwege hun afmeting, gewicht en functionaliteit niet geschikt zijn voor werk op korte afstand? Is daarbij van belang of de gebruiker (de lezer) van het scherm en de persoon die gegevens in de automatische gegevensverwerkende machine bewerkt en/of invoert dezelfde is?

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.