Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:63

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
23-01-2018
Zaaknummer
16/05804
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1465, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Klager stelt eigenaar te zijn van personenauto en motorblokken waarop in strafzaak tegen een ander dan klager conservatoir beslag is gelegd. Falende middelen over door Rb gehanteerde maatstaf bij de vraag of klager als eigenaar moet worden aangemerkt en over schending van art. 6 EVRM en beginselen van behoorlijke procesorde doordat Rb klager niet in de gelegenheid heeft gesteld aan te tonen dat hij rechthebbende is. HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/218
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/05804 B

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 23 november 2016, nummer RK 16/397, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.