Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:614

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
17/00299
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:176
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde wederspannigheid en mishandeling door tijdens aanhouding politieambtenaar tegen been te schoppen en hoofd tegen diens borstkas te laten vallen en andere politieambtenaar tegen been te schoppen en in zijn vinger te bijten. Uos betrouwbaarheid op ambtseed opgemaakte p-v’s opsporingsambtenaren t.a.v. tegen hen gepleegde feiten, art. 344.2 en 359.2 Sv? Het middel, dat klaagt dat het Hof in strijd met art. 359.2 Sv heeft verzuimd i.h.b. de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uos ertoe strekkende dat verdachte moet worden vrijgesproken van tenlastegelegde feiten, is op de gronden vermeld in de CAG terecht voorgesteld. CAG: Herhaalt relevante overwegingen HR uit ECLI:NL:HR:2015:1799 t.a.v. het als enig b.m. tot het bewijs bezigen van een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v waaraan ex art. 344.2 Sv de daar voorziene bijzondere bewijskracht toekomt. In aanmerking genomen dat verdachtes raadsman wijst op diverse onverenigbaarheden tussen de verklaringen van de verbalisanten en de beelden die beschikbaar zijn van het onderhavige voorval kan hetgeen verdachtes raadsman heeft aangevoerd bezwaarlijk anders worden verstaan dan als uos in de zin van art. 359.2 Sv. Hof is aan dit standpunt voorbijgegaan zonder te motiveren waarom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2018-0192
RvdW 2018/558
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 april 2018

Strafkamer

nr. S 17/00299

EGI/JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 april 2016, nummer 22/002057-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de nietigverklaring van de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde - is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben H. Sytema en C.M.H. van Vliet, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het onder 2 en 3 tenlastegelegde en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ertoe strekkende dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de
Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak wat betreft het onder 2 en 3 tenlastegelegde op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.