Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:611

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
16/04262
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:102
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2016:1894, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schuldheling elektrische damesfiets, art. 417bis.1.a Sr. Is verdachte die elektrische fiets heeft geleend van bij naam genoemde ander tekort geschoten in onderzoeksplicht, nu hij zag dat slot ontbrak en het een feit van algemene bekendheid is dat elektrische fietsen zeer kostbaar zijn? In aanmerking genomen dat uit de bewijsvoering van het Hof, dat is uitgegaan van de juistheid van de verklaring van verdachte dat deze de elektrische fiets heeft geleend, niet z.m. kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de elektrische fiets in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2018-0156
RvdW 2018/554
TPWS 2018/70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 april 2018

Strafkamer

nr. S 16/04262

SK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 mei 2016, nummer 23/002998-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H. Visser, advocaat te Wormerveer, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte "redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof".

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 6 juli 2014 in de gemeente Purmerend een elektrische damesfiets (Gazelle Orange Excell I) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze elektrische fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"I. Een proces-verbaal van aangifte. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als verklaring van aangeefster [betrokkene 1]
(dossierpagina 3-4).

Op 29 april 2014 tussen 13.00 - 13.15 uur is mijn elektrische damesfiets (Gazelle Orange Excell I met framenummer [0001] ) gestolen aan de Gedempte singelgracht te Purmerend.

(...)

Soort slot: ringslot.

Verklaring: Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
II. Een proces-verbaal van bevindingen. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisanten
[verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpagina 6):

Op zondag 6 juli 2014 omstreeks 15.50 uur stonden wij op het John F. Kennedyplein te Purmerend. Ik zag de mij bekende [verdachte] aan komen fietsen en zijn fiets in de fietsenstalling parkeren. Het ging om een damesfiets, merk Gazelle, type Orange, een elektrische fiets. Wij zagen dat deze fiets niet voorzien was van een veiligheidsslot. Ik controleerde het framenummer ( [0001] ) en zag dat deze fiets als gestolen gesignaleerd stond.

III. Een proces-verbaal van bevindingen. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] (dossierpagina 8):

Ik zag dat het slot, wat op de fiets hoort te zitten, ontbreekt. Ik zag dat er op het spatbord aan de achterzijde van de fiets een afdruk zichtbaar is. Deze afdruk bevindt zich op de plek waar normaal gesproken het slot is bevestigd. Hierdoor ga ik er vanuit dat hier een zogeheten ringslot heeft gezeten.

Tevens zag ik dat de jasbeschermers ontbraken. Deze jasbeschermers zijn normaal gesproken bevestigd op de fiets ter hoogte van het ringslot.

IV. Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 6 juli 2014 door verdachte [verdachte] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 4] afgelegde verklaring (dossierpagina's 23-25):

U vraagt mij of ik had gezien dat het slot van de fiets ontbrak toen ik de fiets leende. Ik had dat wel gezien.

(...)
V. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2016. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2014 heb ik in Purmerend op een elektrische damesfiets van het merk Gazelle Orange Excell I gereden. Ik had die fiets geleend van [betrokkene 2] . Ik heb [betrokkene 2] niet gevraagd waar de fiets vandaan kwam."

2.2.3.

Het Hof heeft voorts het volgende overwogen:

"De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat onder de omstandigheden van dit geval niet kan worden gesteld dat de verdachte wist dan wel had moeten vermoeden dat de fiets van diefstal afkomstig was.

Het hof overweegt hierover als volgt. De verdachte is op 6 juli 2014 aangehouden met een elektrische fiets waarvan later bleek dat deze van diefstal afkomstig was. De fiets was niet voorzien van het bijbehorende ringslot. Bij nader onderzoek bleek dat op de plek waar normaal gesproken het ringslot bevestigd is, een afdruk zichtbaar was. De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij, toen hij de fiets leende, had gezien dat het slot ontbrak. Het is een feit van algemene bekendheid dat elektrische fietsen zeer kostbaar zijn.

Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden op de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets de plicht rustte om onderzoek te verrichten naar de herkomst ervan. De verdachte heeft dit nagelaten. Derhalve is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte destijds redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.3.

In aanmerking genomen dat uit de bewijsvoering van het Hof, dat blijkens bewijsmiddel V is uitgegaan van de juistheid van de verklaring van de verdachte dat deze de elektrische fiets heeft geleend, niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de elektrische fiets in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.