Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:555

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-04-2018
Datum publicatie
10-04-2018
Zaaknummer
17/00641
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Beschikking
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op onder klager inbeslaggenomen scooter met gestolen motorblok. Heeft Rb door klaagschrift, v.zv. dat strekt tot teruggave van scooter, gegrond te verklaren m.u.v. motorblok miskend dat beslag is gelegd op gehele scooter, waarvan gestolen motorblok door natrekking onderdeel is gaan vormen? HR stelt toepasselijke maatstaf bij beoordeling klaagschrift van beslagene gericht tegen een ex art. 94 Sv gelegd beslag voorop. Rb heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar gedachtegang. V.zv. Rb heeft geoordeeld dat het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave van scooter m.u.v. het gestolen motorblok, is zij te ver vooruit gelopen op het latere oordeel van de strafrechter. Het is immers aan die later oordelende rechter om te bepalen of de scooter al dan niet in zijn geheel als voorwerp waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang aan het verkeer moet worden onttrokken. V.zv. Rb dat niet heeft miskend, is haar oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende rechter de gehele scooter aan het verkeer onttrokken zal verklaren ontoereikend gemotiveerd. Bestreden beschikking lijdt derhalve aan een motiveringsgebrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2018-0174
RvdW 2018/502
NJ 2018/202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 april 2018

Strafkamer

nr. S 17/00641 B

NA/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 23 december 2016, nummer RK 16/2047, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terugwijzing of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de Rechtbank ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, de teruggave van de snorfiets of scooter, merk Piaggio C25, kenteken [AA-00-BB], heeft gelast met uitzondering van het motorblok.

2.2.

De Rechtbank heeft het klaagschrift, voor zover dat strekt tot teruggave van de onder de klager inbeslaggenomen scooter gegrond verklaard, met uitzondering van het motorblok. De Rechtbank heeft daartoe overwogen:

"De belanghebbende (de vader van klager) heeft aan de raadsman het navolgende laten weten.

Op 27 februari 2016 heeft klager samen met zijn vader een snorfiets Piaggio Zip gekocht in Schiedam en heeft hij het kenteken op zijn naam laten zetten. Omdat hij nog niet in het bezit was van een rijbewijs, werd het kenteken geschorst. Na beëindiging van de schorsing is klager op 17 juni 2016 in verband met een snelheidscontrole op een rollerbank van de politie gekomen. De scooter liep 3 kilometer te hard. De scooter is opnieuw gekeurd. Daarbij bleek dat het motorbloknummer niet overeenkwam met de RDW gegevens en werd er een schaduwonderzoek uitgevoerd. De keurmeester van de RDW vermoedde dat het motorblok wellicht gestolen was. Na controle bleek dit het geval te zijn. De scooter werd in beslag genomen.

De raadsman heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat ten tijde van de aankoop te goeder trouw is gehandeld en dat klager door de inbeslagneming van de scooter onevenredig zwaar is getroffen. De raadsman heeft primair verzocht tot een volledige teruggave van de scooter aan klager en subsidiair tot teruggave zonder motorblok.

Op basis van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering is voor de beoordeling van het beklag van belang de vraag te beantwoorden of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Onder meer verzet het belang van strafvordering zich tegen de teruggave als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het betreffende voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer.

Gebleken is dat de scooter niet afkomstig is van diefstal. Evenwel is ook gebleken dat het motorblok als zodanig wèl gestolen is. Dat brengt met zich dat niet zonder meer tot teruggave kan worden besloten nu door natrekking de gehele scooter in aanmerking zou komen voor onttrekking aan het verkeer.

Gezien de waarde van de scooter, het feit dat klager door in beslag houden van de scooter zwaar zou worden getroffen en de scooter zonder motorblok op zich aan klager zou kunnen worden geretourneerd, zal de rechtbank tegemoet komen aan klager. De rechtbank zal het klaagschrift dan ook gegrond verklaren en bepalen dat tot teruggave moet worden besloten met dien verstande dat vóór teruggave van de scooter het motorblok dient te worden verwijderd."

2.3.

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het inbeslaggenomen voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen - ook in een zaak betreffende een ander dan de klager - of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in art. 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art. 552f Sv.

2.4.

Met haar overwegingen heeft de Rechtbank onvoldoende inzicht gegeven in haar gedachtegang.

Voor zover de Rechtbank heeft geoordeeld dat het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave van de scooter met uitzondering van het gestolen motorblok, is zij te ver vooruit gelopen op het latere oordeel van de strafrechter. Wat dat laatste betreft is het immers aan die later oordelende rechter om te bepalen of de scooter al dan niet in zijn geheel als voorwerp waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang aan het verkeer moet worden onttrokken.

Voor zover de Rechtbank dat niet heeft miskend, is haar oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter de gehele scooter aan het verkeer onttrokken zal verklaren ontoereikend gemotiveerd.

De bestreden beschikking lijdt derhalve aan een motiveringsgebrek.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2018.