Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:532

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
18/00237
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:299, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 april 2018

Eerste Kamer

18/00237

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

t e g e n

ESTÉE LAUDER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Estée Lauder.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 4020691 CV EXPL 15-8385 van de kantonrechter te Amsterdam van 2 februari 2016;

b. het arrest in de zaak 200.190.280/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiseres] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiseres] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 6 april 2018.