Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:508

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
16/06019
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:79, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2016:2454, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht, arbeidsrecht. Vervolg op HR 13 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0774 en HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1542. Herroeping eerdere uitspraak (art. 382 Rv). Was in voorafgaande procedure sprake van bedrog of achterhouden van stukken? Samenhang met 16/06022.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/451
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 april 2018

Eerste Kamer

16/06019

TT/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

THE ROYAL BANK OF SCOTLAND N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. F.M. Dekker.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en RBS.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het arrest in de zaak 200.106.378/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 juni 2013;

b. de arresten in de zaak 200.106.378/02 van het gerechtshof Den Haag van 24 februari 2015, 29 maart 2016 en 6 september 2016.

Het arrest van het hof van 6 september 2016 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 6 september 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. RBS heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt in het principale cassatieberoep tot verwerping.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 9 februari 2018 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RBS begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 6 april 2018.