Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:452

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
17/00713
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:241
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Middelen over 1. ontvankelijkheid OM, 2. verwerping beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, 3. verwerping beroep op overmacht-noodtoestand, 4. gewoontewitwassen, 5. bewijsklacht deelneming aan een criminele organisatie. HR: art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/479
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 maart 2018

Strafkamer

nr. S 17/00713

JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 november 2016, nummer 23/000358-16, in de strafzaak tegen:

[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing vanart. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018.