Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:44

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-01-2018
Datum publicatie
16-01-2018
Zaaknummer
17/03102
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1453, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Snelheidsovertreding begaan door onbekend gebleven bestuurder van personenauto waarvan aanvrager eigenaar is, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990 jo. 181.1 WVW 1994. Veroordeling door Ktr waarna verdachte n-o is verklaard in zijn h.b. Het aangevoerde, nl. dat aanvrager o.g.v. art. 181.3 WVW 1994 tijdig de naam en de volledige adresgegevens van de bestuurder van de op zijn naam staande auto t.t.v. de snelheidsovertreding bekend heeft gemaakt, doch dat die bekendmaking abusievelijk niet in het dossier is opgenomen op basis waarvan Ktr de beslissing heeft genomen, moet op de gronden als vermeld in de CAG worden aangemerkt als een gegeven ex art. 457.1.c Sv. CAG: In art. 181.3.c WVW 1994 is bepaald dat lid 1 van dat artikel niet geldt als de eigenaar uiterlijk tijdens tz. de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt. Uit de bijlagen bij de herzieningsaanvraag blijkt dat aanvrager zowel op een daartoe bestemd antwoordformulier als in een schrijven aan Ktr de (persoons)gegevens van de bestuurder kenbaar heeft gemaakt. Deze stukken zijn echter nooit in het strafdossier beland en dus niet onder ogen van Ktr gekomen. Aanvraag gegrond. HR verwijst zaak naar Hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/184
SR-Updates.nl 2018-0007
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 januari 2018

Strafkamer

nr. S 17/03102 H

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 13 april 2016, nummer 96/162863-15, ingediend door F.G.T. Meershoek, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 62 jo. bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" in verbinding met art. 181, eerste lid, WVW 1994 veroordeeld tot een geldboete van € 1.350,-, subsidiair 23 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2 De aanvraag tot herziening

2.1.

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2.

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de aanvrager op grond van art. 181, derde lid, WVW 1994 tijdig de naam en de volledige adresgegevens van de bestuurder van de op zijn naam staande auto ten tijde van de snelheidsovertreding bekend heeft gemaakt, doch dat die bekendmaking abusievelijk niet in het dossier is opgenomen op basis waarvan de Kantonrechter de beslissing heeft genomen.

3 De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak zal worden berecht en afgedaan op de wijze als in art. 472, tweede lid, Sv is voorzien.

4 Beoordeling van de aanvraag

4.1.

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2.

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.

5 Slotsom

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.