Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:434

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
16/02705
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:94
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Betekening inleidende dagvaarding. Datum verzending dagvaarding naar adres in Bulgarije is niet aangetekend op akte van uitreiking. Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel in zoverre terecht voorgesteld. HR doet de zaak zelf af en verklaart inleidende dagvaarding nietig. CAG: Akte van uitreiking vermeldt dat inleidende dagvaarding is uitgereikt aan de griffier omdat van verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is en dat voorts een afschrift van de dagvaarding is verzonden naar het GBA-adres van verdachte in Bulgarije. Datum van de verzending van de dagvaarding is niet aangetekend op de akte van uitreiking, terwijl uit de stukken van het geding ook overigens niet blijkt dat de dagvaarding is verzonden naar het adres van verdachte in Bulgarije. ’s Hofs oordeel dat dagvaarding geldig is betekend, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/466
SR-Updates.nl 2018-0138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 maart 2018

Strafkamer

nr. S 16/02705

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 21 mei 2015, nummer 21/003588-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de betekening van de inleidende dagvaarding rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.3 tot en met 3.5 is het middel in zoverre terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak alsmede het vonnis van 4 maart 2014 van de Politierechter in de Rechtbank Midden-Nederland;

verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018.