Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:408

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-03-2018
Datum publicatie
23-03-2018
Zaaknummer
17/02791
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:1270
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 23-03-2018
FutD 2018-0806
NTFR 2018/816
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 maart 2018

Nr. 17/02791

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, nrs. BK-15/00894, BK-15/00895 en BK-15/00896, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 10/8261, SGR 11/5410 en SGR 11/5402) betreffende de aan belanghebbende voor/over het jaar 2004 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet, en de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2004 gegeven beschikkingen als bedoeld in de artikelen 3.151, lid 1, 3.152, lid 1 en 6.2a, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend en schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidenteel beroep naar voren gebracht.

2 Beoordeling van de klachten in het principale beroep

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het middel in het incidenteel beroep

Het middel in het incidenteel beroep kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2018.