Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:366

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
16-03-2018
Zaaknummer
18/00143
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:207, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Verstekverlening in cassatie. Toelaatbaarheid van kantoorbetekening van rechtsmiddelexploot (art. 63 lid 1 Rv) bestemd voor een persoon die woonplaats heeft buiten Nederland, in dit geval Curaçao, zowel bij toepasselijkheid als bij niet-toepasselijkheid van regelgeving inzake digitaal procederen (KEI).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/647
RBP 2018/40
NJ 2018/249 met annotatie van Redactie, A.I.M. van Mierlo
RvdW 2018/361
JBPR 2018/45 met annotatie van mr. S. Heeroma
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 maart 2018

Eerste Kamer

18/00143

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaten: mr. D.A. van der Kooij en mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,

t e g e n

CARIGNA INVESTMENTS N.V.,
gevestigd te Curaçao,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Carigna.

1 Het geding in cassatie

1.1

Met een op 10 januari 2018 ingediende procesinleiding heeft [eiseres] cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2017 met zaaknummer 200.187.847/01 in de zaak tussen Carigna en [eiseres]. In de procesinleiding wordt vermeld dat Carigna ten laatste kan verschijnen op 9 februari 2018.

1.2

De griffier van de Hoge Raad heeft op 11 januari 2018 aan [eiseres] een oproepingsbericht doen toekomen.

1.3

[eiseres] heeft het oproepingsbericht en de procesinleiding op 12 januari 2018 bij exploot doen betekenen aan het kantoor van de advocaat mr. R.M.T. van den Bosch aan de Otto Reuchlinweg 1132, 7e verdieping-gebouw Montevideo, te Rotterdam.

1.4

Carigna is in cassatie niet verschenen. [eiseres] heeft verzocht tegen Carigna verstek te verlenen.

1.5

De advocaat-generaal G.R.B. van Peursem heeft op 23 februari 2018 schriftelijk geconcludeerd tot verstekverlening tegen Carigna.

1.6

De advocaten van [eiseres] hebben bij brief van 8 maart 2018 op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening

2.1.1

Het verzoek tot verstekverlening is gedaan in een zaak waarop het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is zoals dat luidt sinds de inwerkingtreding op 1 maart 2017 van de regelgeving inzake digitaal procederen in vorderingszaken in cassatie (Besluit van 25 januari 2017, Stb. 2017, 16).

2.1.2

[eiseres] heeft in de hiervoor in 1.1 genoemde procesinleiding vermeld dat Carigna laatstelijk is gevestigd en kantoor houdt te Curaçao. In het hiervoor in 1.3 genoemde exploot heeft [eiseres] vermeld dat Carigna laatstelijk is gevestigd te Curaçao en in de vorige instantie laatstelijk woonplaats heeft gekozen op het adres waar de hiervoor in 1.3 genoemde advocaat kantoor houdt. In het exploot is tevens vermeld dat het op de voet van art. 63 lid 1 Rv op dat adres is uitgebracht.

2.1.3

Het vorenstaande doet de vraag rijzen of tegen Carigna verstek kan worden verleend.

2.2.1

De betekening en de kennisgeving van stukken in het onderlinge verkeer tussen Nederland en Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt niet beheerst door de bepalingen van het Haags Betekeningsverdrag (Trb. 1966, 91, en 1969, 55 en 210), en evenmin door de bepalingen van het Haags Rechtsvorderingsverdrag (Trb. 1954, 40). (HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1059, NJ 2017/255)

2.2.2

De Betekeningsverordening II (PbEU 2007, L 324/79) is slechts van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden en niet op Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.3

Met hetgeen hiervoor in 2.2.1-2.2.2 is overwogen, strookt dat art. 55 lid 1, eerste volzin, Rv bepaalt dat de betekening van een exploot ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf zich bevindt in Aruba, Curaçao of Sint Maarten respectievelijk in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, geschiedt aan het desbetreffende Kabinet van de Gevolmachtigd Minister in Nederland respectievelijk aan de Minister van Justitie.

2.4.1

Ingevolge art. 63 lid 1 Rv kan de betekening van een exploot waarbij verzet wordt gedaan of waarbij hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld (hierna: rechtsmiddelexploot), ook geschieden aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder bij wie degene voor wie het rechtsmiddelexploot is bestemd, laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen (hierna: kantoorbetekening), ook indien deze een bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft in een Staat waar de in art. 56 lid 1 Rv bedoelde verordening (de Betekeningsverordening II) van toepassing is.

2.4.2

In HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1278, NJ 2017/283, rov. 2.2.6, is aanvaard dat ook onder de (hiervoor in 2.1.1 genoemde) sinds 1 maart 2017 geldende regelgeving inzake digitaal procederen in vorderingszaken in cassatie, een exploot op de voet van art. 63 lid 1 Rv kan worden uitgebracht door middel van een kantoorbetekening in gevallen waarin degene voor wie het stuk is bestemd, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is, dan wel in een (al dan niet in Europa gelegen) staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag. Gelet op de algemene formulering van art. 63 lid 1 Rv en de strekking van deze bepaling, zoals vermeld in de wetsgeschiedenis aangehaald in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4, bestaat er geen grond om de kantoorbetekening niet ook mogelijk te achten ingeval degene voor wie het stuk is bestemd, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, of enig ander land ten aanzien waarvan geen verdrag of verordening anders bepaalt.

Een dergelijke kantoorbetekening is toelaatbaar zowel in gevallen die worden bestreken door de sinds 1 maart 2017 geldende regelgeving inzake digitaal procederen in vorderingszaken in cassatie als in gevallen waarop deze regelgeving niet van toepassing is.

Bij de verstekverlening gelden de aandachtspunten genoemd in rov. 2.2.7 van het zojuist vermelde arrest van 7 juli 2017. Deze houden het volgende in.

De rechter dient met inachtneming van het verdedigingsbelang te beslissen over verstekverlening. Indien degene voor wie het rechtsmiddelexploot is bestemd, niet verschijnt en er aanleiding bestaat eraan te twijfelen of het stuk de buitenlandse geadresseerde heeft bereikt, dient de rechter niet terstond verstek te verlenen.
De rechter kan zo nodig inlichtingen hieromtrent (doen) inwinnen bij de advocaat aan wiens kantoor het rechtsmiddelexploot is gedaan.

Indien de advocaat aan wiens kantoor het rechtsmiddelexploot is gedaan, eigener beweging of desgevraagd meedeelt dat hij (nog) niet erin is geslaagd zijn (voormalige) cliënt op de hoogte te stellen van de inhoud van het stuk, dient de rechter dit in zijn oordeelsvorming te betrekken.

2.5

In deze zaak is de procesinleiding op 10 januari 2018 ingediend. In de procesinleiding is vermeld dat Carigna, vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad, ten laatste als verweerder in cassatie kan verschijnen op 9 februari 2018. Aldus is art. 30a lid 3, aanhef en onder c, Rv in acht genomen.

Het oproepingsbericht is op 12 januari 2018 bij exploot betekend. In het exploot is vermeld dat Carigna laatstelijk is gevestigd te Curaçao en dat zij in de vorige instantie laatstelijk woonplaats heeft gekozen ten kantore van de hiervoor in 1.3 genoemde advocaat. Tevens is in het exploot vermeld dat het op de voet van art. 63 lid 1 Rv op dat adres is uitgebracht. Aldus is ook art. 112 Rv in acht genomen.

Er bestaat geen aanleiding eraan te twijfelen dat het exploot Carigna heeft bereikt.

2.6

De slotsom is dat tegen Carigna verstek dient te worden verleend.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verleent verstek tegen Carigna;

bepaalt als datum waarop schriftelijke toelichting kan worden gegeven: 15 juni 2018.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 16 maart 2018.