Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:332

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
16/01927
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:195
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:2243, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitvoer cocaïne en hasj naar Groot-Brittannië. Afwijzing getuigenverzoek. Verzoek is gedaan na ontvangst uitgewerkt vonnis, dat pas beschikbaar is gekomen na verstrijken termijn voor indienen appelschriftuur. Toepasselijke maatstaf? HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk o.g.v. art. 418.3 Sv noodzaakcriterium toepasselijk verklaard en afwijzing van het verzoek gebaseerd op de grond dat verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad. Samenhang met 16/01928.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/383
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 maart 2018

Strafkamer

nr. S 16/01927

SSA/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 maart 2016, nummer 21/001874-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2018.