Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:305

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
16/04989
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1550
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bedreiging (meermalen gepleegd) en groepsbelediging (meermalen gepleegd) van anderen dan b.p. door verdachte uit naam van b.p. Rechtstreeks verband tussen bewezenverklaarde feiten en schade? Middel b.p. over oordeel Hof dat b.p. gedeeltelijk n-o is in haar vordering. Hof heeft, door te overwegen dat b.p. in zoverre niet in haar vordering kan worden ontvangen en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen, kennelijk geoordeeld dat de beantwoording van de vraag of de gevorderde immateriële schade rechtstreeks is toegebracht door de bewezenverklaarde bedreiging en groepsbelediging een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert a.b.i. art. 361.3 Sv. Aldus verstaan is dat oordeel, mede gelet op de omstandigheid dat het bij die feiten telkens gaat om door verdachte ten onrechte uit naam van b.p. geuite bedreigingen en beledigingen van anderen dan b.p., niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/596
RvdW 2018/350
SR-Updates.nl 2018-0108 met annotatie van J.H.J. Verbaan
PS-Updates.nl 2018-0225 met annotatie van J.H.J. Verbaan
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 maart 2018

Strafkamer

nr. S 16/04989

CeH/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 8 juli 2016, nummer 21/003496-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissing met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van de namens de verdachte voorgestelde middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde middel

3.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof de benadeelde partij ten onrechte gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar vordering.

3.2.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"2:

hij in de periode van 7 oktober 2014 tot en met 14 oktober 2014 te Utrecht, [betrokkene 1] in het openbaar en middels geschriften heeft beledigd, immers heeft verdachte met dat opzet in het portiek van een appartementencomplex, gelegen aan de [a-straat] aldaar, (in welk complex zich onder andere de woning van die [betrokkene 1] bevindt) briefjes opgehangen met daarin de tekst:

- "Let op! Er wordt ingebroken en er zijn spullen gestolen! Er wonen junks in de flat die in de gaten houden wanneer je aanwezig bent!", en

- "Wij willen geen junks in onze flat!"

4:

hij in de periode van 7 oktober 2014 tot en met 6 februari 2015 te Utrecht, één bestelformulier, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemd bestelformulier ondertekend met de naam [betrokkene 1] en het adres [a-straat 1] te Utrecht vermeld, niet zijnde de naam en het adres van hem, verdachte, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

5:

hij in de periode van 1 januari 2015 tot en met 27 januari 2015 te Utrecht, opzettelijk de eer en goede naam van [betrokkene 1] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel aan meerdere seksshops, te weten

Erotiek Shop [A] , en

Eroshop [B] , en

Sexshop [C] , en

online seksshop/erotische winkel [...].nl,

- zakelijk weergegeven - medegedeeld dat die [betrokkene 1] interesse had in kinderporno en deze kinderporno wilde aanschaffen, terwijl verdachte wist dat dit telastgelegde feit in strijd met de waarheid was.

6:

hij in de periode van 14 januari 2015 tot en met 15 januari 2015 te Utrecht, [betrokkene 2] , van de Omar Al Farouk moskee (gelegen aan de Winterboeidreef 2-4 aldaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan de leden en bezoekers (islamitische gemeenschap) van de Omar Al Farouk moskee een brief verzonden met daarin (onder andere) de tekst:

- "zo zullen jullie dochters ook verkracht worden", en

- "er komt een dag dat ik de Turken en Marokkanen doodschiet in jullie hoerenmoskee".

7 primair:

hij in of omstreeks de periode van 14 januari 2015 tot en met 15 januari 2015 te Utrecht, zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten moslims wegens hun (Islamitisch) geloof en ras,

door met dat opzet aan de leden en bezoekers (Islamitische gemeenschap) van de Omar Al Farouk moskee (gelegen aan de Winterboeidreef 2-4 aldaar) een brief te zenden met daarin (onder andere) de tekst:

- "Jullie zijn de aanstichters van het kwaad", en

- "Allah is niks en rot op met jullie kutgeloof", en

- "rot toch op naar jullie kutland", en

- "jullie hoerenmoskee, waar drugs worden opgeslagen", en

- "Jullie stinken en jullie vrouwen zijn te lelijk om gezien te worden. (..) Vrouwen met snorren en schaamhaar. Ze zijn smeriger dan varkens om aan te raken".

8:

hij op tijdstippen in de periode van 4 februari 2015 tot en met 7 februari 2015 te Utrecht,

- [betrokkene 2] van de Omar Al Farouk moskee (gelegen aan de Winterboeidreef 2-4 aldaar), en

- [betrokkene 3] van de El Fath moskee (gelegen aan de Bemuurde Weerd 0.2.23 aldaar), en

- [betrokkene 4] en een lid van de ULU moskee (gelegen aan de Kanaalstraat 36 aldaar), en

- [betrokkene 5] en leden van de Anwar-E-Quba moskee (gelegen aan de Kalymnosdreef 1 aldaar)

telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met brandstichting,

immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend aan voornoemde leden en bezoekers van de voornoemde moskeeën brieven verzonden met daarin (onder andere) de tekst:

- "als jullie zo doorgaan zullen er mensen jullie varkensstal in brand steken" (Omar Al Farouk moskee), en

- "ik roep iedereen op om alle moskeeën in de brand te steken (El Fath moskee, ULU moskee en Anwar-E-Quba moskee), en

- "nu zullen de moslims prooi worden van ons in plaats van andersom" (El Fath moskee, ULU moskee), en

- "Ik zal jullie kinderen in de brand steken net als IS bij andere mensen doen. Branden zullen jullie ook, als jullie elkaars stinkvoeten aan het ruiken zijn."

(El Fath moskee en ULU moskee) en

- "Ik wacht op jullie en schiet jullie zo neer!"

(El Fath moskee en ULU moskee).

9 primair:

hij in de periode van 4 februari 2015 tot en met 7 februari 2015 te Utrecht, zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten moslims, wegens hun (Islamitisch) geloof en ras, door

- de leden en bezoekers van de Omar Al Farouk moskee (gelegen aan de Winterboeidreef 2-4 aldaar), en

- de leden en bezoekers van de El Fath moskee (gelegen aan de Bemuurde Weerd 0.2.23 aldaar), en

- de leden en bezoekers van de ULU moskee (gelegen aan de Kanaalstraat 36 aldaar), brieven te zenden met daarin (onder andere) de tekst

- "beste kamelenneukers" (Omar Al Farouk moskee, El Fath moskee en ULU moskee), en

- "jullie verkrachten je eigen kinderen anaal zodat ze nog maagd lijken in de huwelijksnacht" (El Fath moskee en ULU moskee), en

- "Allah is een sprookje in jullie domme brein! Jullie laten jullie voor de gek houden stelletje mongolen"

(El Fath moskee en ULU moskee),

en daarbij telkens een hoeveelheid varkensvlees in die brieven mee te zenden."

3.3.1.

Bij de stukken van het geding bevindt zich een "Schadeopgaveformulier Misdrijven" waarmee [betrokkene 1] zich heeft gevoegd als benadeelde partij in het strafproces tegen de verdachte. De aan het schadeopgaveformulier gehechte en door de advocaat van de benadeelde partij ondertekende toelichting houdt, voor zover in cassatie van belang, in:

"In deze p.v.'s zijn de verklaringen van de verdachte opgenomen. Hij bekent daarin dat hij op naam van [betrokkene 1] diverse brieven met kwetsende teksten naar diverse (in ieder geval 6) moskeeën heeft gestuurd. Dit in de hoop zoals hij zegt dat ze hem zouden gaan opzoeken.

(...)

Belangrijker nog is dat hij eveneens toegeeft diverse brieven naar scholen te hebben klaar liggen. Daarin beschuldigt hij [betrokkene 1] er met name van betrokken te zijn bij kinderporno. Gelukkig zijn deze brieven tot op heden niet verzonden.

Verdachte heeft met zijn acties bewust beoogd mijn cliënt ernstig te beschadigen. Dit enkel en alleen op basis van een ongegrond vermoeden van diefstal bij zijn moeder. In deze opzet is verdachte helaas tot op zeer grote hoogte geslaagd. (...)

De acties van verdachte, met name die richting de moskeeën, zijn ongehoord qua aard en omvang. Ze vonden kort na de aanslagen dit jaar te Parijs plaats. Verdachte wist c.q. moest weten dat in het bijzonder zijn brieven grote invloed zouden hebben en met name bij de moskeeën angst op grote schaal zouden inboezemen. Hetgeen ook daadwerkelijk blijkt te zijn geschied.

(...)

Smartengeld

(...)

In de gegeven situatie is toewijzing van een bedrag van € 10.000,-- als vergoeding voor de immateriële schade redelijk en billijk. (...)

Ook bij de acties van verdachte gaat het om beschuldigingen met een zeer kwetsend karakter. Cliënt wordt naar de moskeeën toe gepresenteerd als een islamhater die over zal gaan tot acties met ernstig geweld. Hoe onterecht en hoe kwetsend.

Daarnaast zijn er bijkomende omstandigheden die wijzen richting een zeer hoge vergoeding. De acties van verdachte vonden plaats in een zeer bijzonder tijdsgewricht. De internationale en nationale samenleving was nog niet bekomen van de Charlie Hebdo aanslagen die kort te voren hadden plaatsgevonden.

Ook nam de verdachte welbewust het risico dat vanuit de moslimwereld geweld jegens cliënt zou worden gepleegd. Sterker nog, daar was hij zelfs op uit. De teksten van zijn brieven spreken wat dat betreft boekdelen.

De kans was zeer groot dat geweld tegen meneer zou zijn gebruikt als niet vanuit de moskeeën zo prudent was gereageerd. Er is gelukkig niets voorgevallen, maar dat lag niet aan de verdachte. Veelzeggend is dat bij iemand die een Charlie Hebdo poster voor zijn ruit liet hangen de ruiten zijn ingegooid.

(...)

Conclusie

Cliënt hoopt in alle redelijkheid aanspraak te mogen maken op een vergoeding van de kosten voor herstel van 3 fietsen (3 x € 86) = € 198,-- + € 10.000,-- smartengeld. Er ontstaan zodoende een totaal bedrag van € 10.198,--."

3.3.2.

De Rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 4.000,-. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat van de benadeelde partij aldaar, voor zover in cassatie van belang, het volgende aangevoerd:

"Mijn cliënt wil de vordering volledig handhaven. (...)

Ten aanzien van de vordering die betrekking heeft op de materiële schade refereren wij ons naar het oordeel van het hof. Wat betreft de immateriële schade is het primaire standpunt dat het gehele bedrag dient te worden toegewezen en het subsidiaire verzoek is datgene toe te wijzen wat u passend acht. Er is voor het primaire standpunt nog een extra argument nu de impact nog steeds immens is en dat heeft er mee te maken dat de periode van het contactverbod dat aan verdachte is opgelegd voorbij is en hij in de flat waar mijn cliënt boven de moeder van verdachte woont weer meerdere keren per week en soms iedere dag aanwezig is. Dat heeft impact op mijn cliënt, die zich afvraagt wat er nu weer kan gebeuren. (...)

Voor mijn cliënt is het ook van belang dat de zaak snel en goed wordt afgerond en dat er duidelijkheid komt. Als hij in een civiele procedure zou terechtkomen in het geval u oordeelt dat het te ingewikkeld is, dan zou dat veel tijd kosten en daarom extra leed toevoegen. De rechtbank heeft op een mooie manier laten zien dat er geen sprake is van een onevenredige belasting van het strafgeding. Het bewijs staat wat mij betreft vast en er is geen reden het gevorderde bedrag wegens medeschuld te matigen. We hebben aanknopingspunten gezocht bij zaken die hier op lijken en ook naar de richtlijnen gekeken. (...)"

3.4.

Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 2.500,- en de benadeelde partij in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft daaromtrent het volgende overwogen:

"De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.198,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.198,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2, 4, 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Ten aanzien van de overige bewezenverklaarde feiten bestaat geen rechtstreeks verband tussen die feiten en de schade nu het niet de benadeelde partij is die is bedreigd en beledigd. Het rechtstreeks verband had wel aangenomen kunnen worden in geval verdachte ook vervolgd was voor belaging en in die tenlastelegging tevens de feiten en omstandigheden waren genoemd die ten grondslag hebben gelegen aan de feiten 6 tot en met 9.

In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen."

3.5.

Het Hof heeft, door te overwegen dat de benadeelde partij in zoverre niet in haar vordering kan worden ontvangen en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen, kennelijk geoordeeld dat de beantwoording van de vraag of de gevorderde immateriële schade rechtstreeks is toegebracht door de onder 6 tot en met 9 bewezenverklaarde strafbare feiten een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert als bedoeld in art. 361, derde lid, Sv. Aldus verstaan is dat oordeel, mede gelet op de omstandigheid dat het bij die feiten telkens gaat om door de verdachte ten onrechte uit naam van de benadeelde partij geuite bedreigingen en beledigingen van anderen dan de benadeelde partij, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het middel faalt in zoverre.

3.6.

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt de beroepen.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2018.