Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:291

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
02-03-2018
Zaaknummer
17/01191
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:819, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:362, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Art. 3.92, lid 1, letter a, Wet IB 2001.

Terbeschikkingstellingsregeling. Onzakelijke lening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2018/437
V-N 2018/13.16 met annotatie van Redactie
NLF 2018/0679 met annotatie van Michael van Gijlswijk
BNB 2018/113 met annotatie van E.J.W. Heithuis
Viditax (FutD), 02-03-2018
FutD 2018-0591
NTFR 2018/547
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 maart 2018

nr. 17/01191

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 februari 2017, nr. 15/00908, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 14/2988) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 17 augustus 2017 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2017:819).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2018.