Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2365

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-12-2018
Datum publicatie
21-12-2018
Zaaknummer
17/05218
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1275, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:3521, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 BW. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur? Is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement geweest? Samenhang met 17/05253 en 17/05255.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/88
OR-Updates.nl 2019-0006
JONDR 2019/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 december 2018

Eerste Kamer

17/05218

LZ/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

1. Leonard Jozef Marie LUCHTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Partrust Beheer B.V.,
wonende te Breda,

2. Bart Floris LOUWERIER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Partrust Beheer B.V.,
wonende te Breda,

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. F.E. Vermeulen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curatoren.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/02/262911/HA ZA 13-288 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 juni 2015;

b. het arrest in de zaak 200.182.256/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 augustus 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De curatoren hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curatoren mede door mr. T.B. de Clerck. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op € 2.023,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.