Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2303

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-12-2018
Datum publicatie
14-12-2018
Zaaknummer
18/00463
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1230, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2017:4697, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vordering eigenaar schuur tot verwijdering muurschildering van buren. Misbruik van bevoegdheid. Art. 3:13 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 december 2018

Eerste Kamer

18/00463

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

1. [verweerder 1],

2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerders]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/02/275917/HA ZA 14-48 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 maart 2014 en
14 oktober 2015;

b. het arrest in de zaak 200.184.020/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 oktober 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. J.M. Moorman.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 december 2018.