Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2300

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-12-2018
Datum publicatie
14-12-2018
Zaaknummer
17/05414
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1182, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:2283, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bank verstrekt laatste tranche van overeengekomen krediet aan BV niet. Faillissement volgt. Onrechtmatige daad jegens medeschuldenaar en (indirect) aandeelhouder? Vooropgezet plan van de bank de BV in handen te krijgen? Voorstellen van de BV niet serieus genomen? Moest bank reddingsplan voorstellen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2019/49
JOR 2019/90 met annotatie van S.C.M. van Thiel
JONDR 2019/13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. KONSULT B.V.,
gevestigd te Den Haag,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en
mr. G.C. Nieuwland,

t e g e n

NIBC BANK N.V.,
gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en NIBC.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/09/486503/HA ZA 15-440 van
de rechtbank Den Haag van 3 februari 2016;

b. het arrest in de zaak 200.191.508/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser 1] beroep in cassatie ingesteld. NIBC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding
en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor NIBC mede door mr. A. Stortelder.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaten van [eiser 1] c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NIBC begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser 1] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 december 2018.