Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:228

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
16/00313
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:133
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzetheling, art. 416 Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1996:ZD0413 m.b.t. gebruik voor het bewijs van kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte. Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de als b.m. gebruikte verklaring van verdachte kennelijk leugenachtig is en bedoeld om de waarheid te bemantelen dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de laptop wist dat deze van misdrijf afkomstig was, en dit oordeel hierop gegrond dat uit de b.m. blijkt dat de laptop op 4 februari 2014 is gestolen en dat verdachte ongeveer vijf maanden nadien, op 14 juli 2014, heeft verklaard dat hij de laptop ongeveer acht maanden in zijn bezit had. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2018-0096
RvdW 2018/323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/00313

NME/JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 december 2015, nummer 23/001687-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de beslissing ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel richt zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde feit en bevat de klacht dat onbegrijpelijk is het oordeel van het Hof dat uit de omstandigheid dat de verdachte leugenachtig heeft verklaard over het moment waarop hij in het bezit is gekomen van de laptop volgt dat de verdachte van meet af aan wist dat de laptop van misdrijf afkomstig was.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij op 1 mei 2014 te Dronten een laptop, merk Compaq, goednummer 485172 voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"8. Een geschrift zijnde een kopie van een proces-verbaal van aangifte met nummer PL04HB-2014010550-1 van 13 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , met bijlage [doorgenummerde pagina's 204 - 214].

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 februari 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 1] (die mede namens de benadeelde [betrokkene 2] aangifte deed):

Hierbij doe ik aangifte van inbraak, door middel van braak, in mijn woning. Ik woon samen met mijn vrouw (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ) aan de [a-straat 1] in Hardenberg.

Op 4 februari 2014 omstreeks 14:30 uur zijn wij vertrokken uit ons huis. Bij vertrek hebben wij de woning volledig afgesloten. De voordeur en de achterdeur zaten op slot.

Op 4 februari 2014 omstreeks 21:00 uur kwam ik, samen met mijn vrouw, thuis.

Ik ben naar beneden gegaan, vervolgens zag ik dat de achterdeur was opengebroken. Ik zag dat meerdere braaksporen op de deur zaten. Ik zag dat er braaksporen ter hoogte van de sloten zaten en ik zag dat het cilinderslot was afgebroken.

Het volgende goed is weggenomen:

Laptop van het merk Compaq. Model CQ 60 - 204 ED.

9. Een proces-verbaal doorzoeking (naar het hof begrijpt: De) [b-straat 1] Dronten met nummer 2014043556 van 2 mei 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , met bijlagen [doorgenummerde pagina's 10 - 15].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 01 mei 2014 omstreeks 18:15 uur werd de woning aan (naar het hof begrijpt: De) [b-straat 1] te Dronten betreden door de hulpofficier van justitie, de inspecteur van politie-eenheid Noord-Holland, [verbalisant 3] vergezeld met collega's [verbalisant 4] en [verbalisant 5] . Aldaar waren reeds twee collega's van politie Flevoland/Lelystad in de woning aanwezig, na het moment dat hun collega's de verdachte [verdachte] in deze woning hadden aangehouden en hem over gingen brengen naar politiebureau Lelystad. De collega's hadden aldaar de situatie in de woning bevroren, in verband met de aanstaande doorzoeking. Er waren op dat moment drie, nader te noemen, personen in de woning aanwezig.

Op 01 mei 2014 te 18:40 uur werd de doorzoeking geopend door rechter-commissaris mr. M.A.A. ter Meer-Siebers.

In de woning werden meerdere goederen aangetroffen, welke door de rechter-commissaris vatbaar voor inbeslagname werden bevonden.

Voor de omschrijving van deze in beslag genomen goederen en de locaties waar deze in de woning zijn aangetroffen, wordt verwezen naar de bijgevoegde goederenlijst, in combinatie met de lijst 'omschrijving vindplaatsen en nummering'.

Inbeslaggenomen goederen lijst

[b-straat 1] te Dronten (Locatie A + B)

Beslagnummer BVH-nummer Omschrijving goed

A.1.10.2 485172 Laptop, merk Compaq, zwart

10. Een proces-verbaal van bevindingen met BVH-nummer 2014043556 van 8 mei 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , met bijlage [doorgenummerde pagina's 218 - 220].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 8 mei 2014 ontving het TDO een computer, al dan niet voorzien van één of meerdere gegevensdragers ingevolge een onderzoek onder bovenstaand BVH-nummer.

De vraag van het onderzoeksteam was een onderzoek naar de eigenaar in te stellen.

Op 8 mei 2014 werd door mij gestart met nader onderzoek aan de laptop. Daar de laptop aan stond op het accountscherm zag ik dat de gebruiker van de laptop was genaamd: " [betrokkene 1] ".

Hierna is door mij met windowsverkenner naar eventuele bestanden gezocht.

Ik trof het programma windows live mail aan en heb dit programma geopend.

Vervolgens zag ik diverse e-mailberichten.

Ik heb de map "verzonden items" geopend en zag een grote hoeveelheid verzonden berichten afkomstig van een persoon genaamd [betrokkene 1] . In een e-mailbericht zag ik dat deze persoon zijn verjaardag vierde op 12 mei.

Bij navraag bij het informatiecentrum van politie eenheid Noord-Holland bleek dat een persoon genaamd [betrokkene 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, wonende [a-straat] (naar het hof begrijpt: [a-straat] ) [1] , [woonplaats] aangifte had gedaan van diefstal uit de woning onder nummer PL0400-20140105550.

11. Een proces-verbaal met nummer 2014043556 van 9 mei 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] [doorgenummerde pagina 221].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Ik was op 9 mei 2014 omstreeks 16:00 uur belast met onderzoek 12ELFT. Ik deed onderzoek naar de laptop, welke in beslag is genomen in de woning [b-straat 1] te Dronten.

Ik las het proces-verbaal van politie collega [verbalisant 6] . Ik zag dat hij een digitaal onderzoek heeft verricht aan de laptop. Ik zag dat er op deze laptop e-mails zijn aangetroffen van het e-mailadres [betrokkene 1] @hetnet.nl. Tevens zag ik onder proces-verbaal nummer PL0400-2014010550 dat er op 4 februari 2014 aangifte is gedaan van diefstal uit een woning, de [a-straat 1] te Hardenberg.

Ik heb contact opgenomen met de aangever van deze aangifte, [betrokkene 1] , om te vragen wat zijn e-mailadres is om zodoende vast te stellen dat het om dezelfde laptop gaat.

Ik nam contact op met het telefoonnummer van [betrokkene 1] , welke mij bekend is naar aanleiding van de voornoemde aangifte. Ik hoorde dat een persoon opnam met de naam [betrokkene 1] .

Ik heb [betrokkene 1] vervolgens gevraagd naar zijn e-mailadres waarna ik hoorde dat zijn e-mailadres, [betrokkene 1] @hetnet.nl betrof.

12. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1200-2014043556-25 van 14 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , met bijlagen [doorgenummerde pagina's 93 - 150].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 juli 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte:

(...)

(V: Op één inbeslaggenomen laptop, een Compaq met het politienummer 485172 zijn bestanden aangetroffen van jou. Deze geheugendrager is in jouw woning inbeslaggenomen. Maakte jij gebruik van deze laptop?)

Ja iedereen.

(Wie heeft dat ding aangeschaft?)

Ik en mijn vrouwtje.

(V: Hoelang ben je al in het bezit van deze laptop?)

A: Zou het niet weten.

(V: Ongeveer?)

Acht maanden."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verdachte koopt geregeld goederen, waaronder SD-kaartjes, op de zwarte markt te Beverwijk. Hij wist niet dat de SD-kaartjes van misdrijf afkomstig waren, evenmin hoefde hij dat te vermoeden. Hij wist ook niet dat de laptop gestolen was.

Het hof overweegt als volgt.

Blijkens het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1] (doorgenummerde pagina's 204 ev.) is op 4 februari 2014 een laptop van het merk Compaq, model CQ 60 - 204 ED uit de woning van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] weggenomen. Tijdens een doorzoeking op 1 mei 2014 aan [b-straat 1] , [postcode] te Dronten (naar het hof begrijpt: in de woning van de verdachte), is een laptop van het merk Compaq inbeslaggenomen met BVH-nummer 485172 (proces-verbaal van doorzoeking [b-straat 1] Dronten met bijlage inbeslaggenomen goederenlijst, doorgenummerde pagina's 10 ev.). Op 8 mei 2014 is voornoemde computer onderzocht; daaruit bleek dat de gebruiker van de laptop " [betrokkene 1] " was genoemd en dat in de map "verzonden items" zich een grote hoeveelheid berichten bevond die van [betrokkene 1] afkomstig waren (proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 218). Op de laptop zijn e-mails aangetroffen van het e-mailadres [betrokkene 1]@hetnet.nl. Bij navraag bij [betrokkene 1] bleek zijn e-mailadres [betrokkene 1] @hetnet.nl te zijn (proces-verbaal, doorgenummerde pagina 221). Tijdens zijn verhoor op 14 juli 2014 heeft de verdachte verklaard dat hij deze laptop ongeveer acht maanden in zijn bezit had. Gelet op het gegeven dat de laptop ongeveer 5 maanden daarvoor uit de woning van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] was weggenomen, acht het hof de verklaring van de verdachte kennelijk leugenachtig en afgelegd om de waarheid te bemantelen. Het hof leidt hieruit af dat de verdachte van meet af aan wist dat de laptop van misdrijf afkomstig was."

2.3.

Een verklaring van de verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en afgelegd om de waarheid te bemantelen, mag tot het bewijs worden gebezigd. Zodanig oordeel zal dan wel voldoende grondslag moeten vinden in vastgestelde feiten en omstandigheden, vervat in een of meer andere voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen (vgl. HR 19 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0413, NJ 1996/540, rov. 4.4).

2.4.

Het Hof heeft in zijn hiervoor in 2.2.3 weergegeven overwegingen klaarblijkelijk geoordeeld dat de als bewijsmiddel 12 opgenomen verklaring van de verdachte kennelijk leugenachtig is en bedoeld om de waarheid te bemantelen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de laptop wist dat deze van misdrijf afkomstig was, en dit oordeel hierop gegrond dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de laptop op 4 februari 2014 is gestolen en dat de verdachte ongeveer vijf maanden nadien, op 14 juli 2014, heeft verklaard dat hij de laptop ongeveer acht maanden in zijn bezit had. Dat oordeel is, gelet op de bewijsvoering en hetgeen onder 2.3 is vooropgesteld, niet zonder meer begrijpelijk. Gelet hierop is de bewezenverklaring niet naar behoren gemotiveerd.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018.