Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2205

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
30-11-2018
Zaaknummer
18/00937
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 30-11-2018
FutD 2018-3157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 november 2018

Nr. 18/00937

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) inzake een brief van de griffier van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 januari 2018, met kenmerk BK-SHE 16/3649, die betrekking heeft op het intrekken van het hoger beroep van belanghebbende betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2011 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

1.1.1.

Bij uitspraak van 7 juli 2016 (nr. BRE 16/1120) heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een door belanghebbende ingesteld beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, en voor het overige ongegrond verklaard.

1.1.2.

Belanghebbende heeft bij brief van 22 augustus 2016 tegen de onder 1.1.1 vermelde uitspraak hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch.

1.1.3.

Bij brief van 1 september 2017 heeft belanghebbende het onder 1.1.2 vermelde hoger beroep ingetrokken.

1.1.4.

De griffier van het Hof heeft bij brief van 8 september 2017 de intrekking aan belanghebbende bevestigd.

1.1.5.

Bij brief van 8 december 2017 heeft belanghebbende bij het Hof een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens het uitblijven van een uitspraak.

1.1.6.

Bij brief van 31 januari 2018 heeft de griffier van het Hof aan belanghebbende meegedeeld dat het Hof geen uitspraak meer doet, omdat het onder 1.1.2 vermelde hoger beroep is ingetrokken en daarmee de procedure bij het Hof ten einde is gekomen.

1.2.1.

Behoudens een uitzonderlijk geval (vgl. Hoge Raad 23 maart 2018, nrs. 17/02826 en 17/02827, ECLI:NL:HR:2018:411) dat zich in deze zaak niet voordoet, staat tegen een dergelijke mededeling geen beroep in cassatie open.

1.2.2.

Daarom moet het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018.