Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2196

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
27-11-2018
Zaaknummer
17/00973
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:734
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. Voldaan aan art. 359.6 Sv door d.m.v. bevestiging vonnis Pr (gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk) te overwegen dat alles overwegende eis OvJ passend en gerechtvaardigd is? Strafmotivering bevat in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Dat verzuim leidt ex art. 359.8 Sv tot nietigheid. CAG: merkt ambtshalve op dat arrest Hof niet in stand kan blijven, omdat bevestigd vonnis Pr, dat in p-v van tz. in e.a. is aangetekend en waarin is verwezen naar vervallen stempelvonnis, incompleet is. Volgt (algehele) vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1331
SR-Updates.nl 2019-0036
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00973

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 februari 2017, nummer 21/000555-16,

in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S. van den Berg, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd in het arrest in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

2.2. Het Hof heeft de verdachte ter zake van de bewezenverklaarde "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het Hof, dat het vonnis van de Politierechter met overneming van gronden heeft bevestigd, heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:

"De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging. Zij is samen met haar vriendin naar de stad gegaan en beiden hadden een geprepareerde tas bij zich. Hieruit blijkt dat er berekenend te werk is gegaan. Deze werkwijze dient in de op te leggen straf tot uitdrukking te worden gebracht. Voorts neemt de politierechter in aanmerking dat verdachte in 2014, dus nog niet zo lang geleden, is veroordeeld voor winkeldiefstal. Alles overwegende acht de politierechter de eis van de officier van justitie passend en gerechtvaardigd."

2.3. Deze overwegingen bevatten, in strijd met het zesde lid van art. 359 Sv, geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Dat verzuim leidt krachtens art. 359, achtste lid, Sv tot nietigheid.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.