Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2146

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
17/00214
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1081
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging tijdens vechtpartij op Koningsdag buiten discotheek in Arnhem, art. 141 Sr. Afwijzing van bij pleidooi herhaald voorwaardelijk verzoek tot horen van bij appelschriftuur opgegeven getuigen (o.m. 5 agenten, 2 portiers en aangever) op de grond dat het Hof de noodzaak tot het horen van de opgegeven getuigen niet is gebleken, terwijl verzoek eerder bij voorzittersbeslissing is afgewezen. Daargelaten of het Hof bij de beoordeling van het verzoek het i.c. toepasselijke criterium heeft aangelegd, is de afwijzing van dat verzoek, gelet op hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd, zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/00221.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1327
SR-Updates.nl 2019-0040
NBSTRAF 2019/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00214

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 september 2016, nummer 21/005958-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. van den Berg, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het door de verdediging (voorwaardelijk) gedane verzoek een aantal personen als getuige te horen.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 27 april 2014 te Arnhem, met anderen, op of aan de openbare weg, te weten, aan het Willemsplein, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [betrokkene 1] , welk geweld bestond uit het meermalen slaan en/of stompen in/op/tegen het hoofd/gezicht, althans het lichaam van voornoemde [betrokkene 1] terwijl die [betrokkene 1] op de grond lag en/of vervolgens het meermalen, schoppen en/of trappen in/op/tegen het gezicht/hoofd althans het lichaam van voornoemde [betrokkene 1] terwijl die [betrokkene 1] op de grond lag."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting bij het hof op 26 augustus 2016, voor zover van belang inhoudende:

Ik was op 27 april 2014 samen met [medeverdachte] op het Willemsplein te Arnhem.

2. De aangifte door [betrokkene 1] van 27 april 2014, als opgenomen in het door [verbalisant 2] , brigadier van politie, op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-1 (pag. 34 t/m 36), voor zover van belang inhoudende:

Op zondag 27 april was ik in de discotheek Luxor te Arnhem. Het was daar erg druk. Plotseling werd ik zonder enige aanleiding met een vuist in mijn gezicht geslagen. Ik zag dat dit werd gedaan door een getinte man met een baard. Ik duwde die man vervolgens van mij weg. Direct daarop werd ik aangevallen door vijf mannen. Ik werd geslagen en geschopt waardoor ik op de grond viel. Ik voelde dat ik terwijl ik op de grond lag meerdere malen tegen mijn lichaam werd geschopt en geslagen. Ik ondervond veel pijn van die mishandeling. Ik heb nu nog steeds heel veel pijn in mijn lichaam. Ik heb in het verleden al eens mijn kaak op twee plaatsen gebroken en nu voel ik weer veel pijn in mijn kaken. Ik heb niet kunnen zien wie wat deed. Ik heb alleen maar gezien dat ik door vijf mannen werd geslagen en geschopt.

3. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 1] , agent van politie, als opgenomen in het door hem op 30 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-30 (pag. 41), voor zover van belang inhoudende:

Op maandag 28 april 2014 heb ik telefonisch contact gehad met aangever. Ik vroeg aangever of hij een foto kon maken van het letsel dat hij had opgelopen ten tijde van de mishandeling/openlijke geweldpleging. Op dinsdag 29 april 2014 heb ik omstreeks 14.25 uur van aangever een mail ontvangen met daarin de tekst:

"Zoals afgesproken de foto van mijn oog maar ook heb ik nog pijn aan mijn neus en kaak maar is dat niet zichtbaar. [betrokkene 1] ".

4. Het relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, en [verbalisant 4] , brigadier van politie, als opgenomen in het door hen op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-2 (pagina 37 en 38), voor zover van belang inhoudende:

Op zondag 27 april 2014 waren wij, verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] belast met de toezicht op de horeca gelegenheden en de podia op en rondom de Korenmarkt te Arnhem naar aanleiding van de festiviteiten van Koningsdag. Omstreeks 03.45 uur stonden wij, verbalisanten, op het Willemsplein te Arnhem ter zake de afhandeling van een eerdere melding. Wij, verbalisanten, zagen dat er vanaf de ingang van dancing "Luxor Live" diverse manspersonen over de straat renden, kennelijk achter elkaar aan. Hierbij werd luid geschreeuwd en geroepen. Wij, verbalisanten, hadden het idee dat er een ruzie gaande was.

Wij, verbalisanten, liepen de kant van de mannen op en zagen dat de voorste man, welke later bleek te zijn het slachtoffer, meerdere malen achterom keek naar de mannen welke hem achtervolgden.

Tijdens dit achterom kijken viel de man op de grond. Dit gebeurde op het Willemsplein aan de zijde van de verkeerslichten. Wij, verbalisanten, zijn direct in de richting gereden van de man die op de grond was gevallen. Wij, verbalisanten, zagen dat de man op stond en weg rende in de richting van Luxor Live.

De man werd hierbij nog steeds achterna gezeten door een viertal mannen.

Ter hoogte van de ingang van Luxor Live werd het slachtoffer geschopt en geslagen door de mannen welke hem eerder achterna hadden gezeten.

Wij, verbalisanten, zijn met onze dienstpaarden tussen de vechtende mannen gelopen om het vechten te doen stoppen.

De verdachten liepen hierop direct weg in de richting van de Willemstunnel. Hier werden zij staande gehouden door leden van het openbare orde team.

Wij, verbalisanten, zagen dat de mannen die zijn aangehouden ook de mannen zijn die het slachtoffer eerder achtervolgden en hem voor de ingang van Luxor Live hadden geschopt en geslagen.

5. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 5] , hoofdagent van politie, als opgenomen in het door hem op 27 april 2014 op ambtseed opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-7 (pag. 17 en 18), voor zover van belang inhoudende:

Op zondag 27 april 2014 omstreeks 03.55 uur waren wij, verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 5] en [verbalisant 7] , in uniform gekleed en belast met het toezicht op de openbare orde bij het horecaconcentratiegebied rondom de Korenmarkt te Arnhem. Wij waren op dat moment bij een aanhouding op het Willemsplein. Hierna hoorden wij portofonisch van de beredenen dat ze een vechtpartij zagen bij de Luxor Live gelegen aan het Willemsplein 10 te Arnhem. Wij waren op dat moment in de buurt namelijk aan de overzijde van het plein. Wij renden richting Luxor Live en wij zagen drie personen wegrennen in de richting van het centraal station. Wij haalden de persoon, naar later bleek: [verdachte] , in en hielden hem aan.

6. Het relaas van de verbalisant [verbalisant 7] , hoofdagent van politie, als opgenomen in het door hem op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-10 (pag. 5 en 6), voor zover van belang inhoudende:

Op zondag 27 april 2014 omstreeks 03.55 uur waren wij, verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 5] en [verbalisant 7] , in uniform gekleed en belast met het toezicht op de openbare orde bij het horecaconcentratiegebied rondom de Korenmarkt te Arnhem. Wij waren op dat moment bij een aanhouding op het Willemsplein. Hierna hoorden wij portofonisch van de beredenen dat ze een vechtpartij zagen bij de Luxor Live gelegen aan het Willemsplein 10 te Arnhem. Wij waren op dat moment in de buurt namelijk aan de overzijde van het plein. Wij renden richting Luxor Live en wij zagen drie personen wegrennen in de richting van het centraal station. Wij haalden de persoon, naar later bleek: [medeverdachte] , in en hielden hem aan.

7. De verklaring van [betrokkene 2] van 27 april 2014, als opgenomen in het door [verbalisant 8] , inspecteur van politie, op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078J-2014045861-6 (pag. 43), voor zover van belang inhoudende:

Vandaag, zondag 27 april 2014, omstreeks 03.45 uur, was ik werkzaam als portier bij de dancing Luxor Live gevestigd aan het Willemsplein 10 te Arnhem. Op genoemde datum en tijdstip zag ik dat vier mannen buiten voor de dancing ruzie kregen met een man. Ik zag vervolgens dat de man die alleen was werd geslagen en geschopt door de vier andere mannen. Hierop heb ik direct de politie hiervan kennis gegeven. Ik zag dat de politie snel ter plaatse kwam en drie van de vier mannen door de politie werden aangehouden. Ik zag dat het slachtoffer ter plaatse aangifte deed bij de politie.

8. De verklaring van [betrokkene 3] van 27 april 2014, als opgenomen in het door [verbalisant 9] , hoofdagent van politie, op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-5 (pag. 44), voor zover van belang inhoudende:

Op zondag 27 april 2014, omstreeks 03.50 uur, was ik werkzaam als portier bij horecagelegenheid Luxor, aan Willemsplein 10 te Arnhem en stond bij de hoofdentree. Ik zag dat rechts van de hoofdentree, links van mij, een voor mij onbekend persoon stond. Ik had gezien dat hij vijf minuten daarvoor horecagelegenheid Luxor was uitgelopen. Op een gegeven moment zag ik voor mij vier onbekende personen uit komen lopen. Ik zag dat deze vier personen rechtstreeks naar de jongen liepen, die rustig buiten stond. Ik zag vervolgens dat alle vier personen deze jongen met kracht sloegen en schopten. Ik zag daarna dat de jongen naar de grond ging. Ik liep samen met [betrokkene 2] , ook portier, naar de jongens toe en trokken ze uit elkaar. Kort hierna was de politie ter plaatse en hebben de jongens uit elkaar gehaald. De jongen die uiteindelijk aangifte heeft gedaan van dit incident is de jongen die in elkaar was geslagen. Van de vier personen die geslagen hebben zijn er drie aangehouden. Dit zijn de juiste personen. Ze hebben allemaal met kracht geslagen en geschopt.

9. De verklaring van [betrokkene 4] van 27 april 2014, als opgenomen in het door [verbalisant 10] , hoofdagent van politie, op 27 april 2014 op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal onder nummer PL078C-2014045861-9 (pag. 46), voor zover van belang inhoudende:

Ik was binnen bij de Luxor en ik zag dat mijn vriend [betrokkene 1] geduwd werd. Er waren gasten die ruzie met [betrokkene 1] maakten.

[betrokkene 1] liep naar buiten en ik ging achter hem aan. Ineens begon [betrokkene 1] te rennen en ik verloor hem even uit het oog. Ik zag hem buiten bij de Luxor op de grond liggen met drie jongens die op hem in schopten."

2.2.3.

Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een tijdig ingediende appelschriftuur van de raadsvrouwe van de verdachte, onder meer inhoudende:

"Appellant kan zich niet verenigen met het vonnis zoals door de Politierechter van de Rechtbank Arnhem is gewezen op 9 oktober 2014 en waarbij hij is veroordeeld voor openlijke geweldpleging.

Allereerst kan appellant zich niet vinden in de bewezenverklaring en stelt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Zo meent appellant dat de getuigenverklaringen strijdig zijn met elkaar en niet uit te sluiten valt dat er op meerdere locaties op Willemsplein personen betrokken waren bij vechtpartijen. Zodoende is er mogelijk verwarring ontstaan over de daadwerkelijke personen die geweld hebben gebruikt. Appellant stelt namelijk dat hij alleen heeft gepoogd personen uit elkaar te halen die geweld gebruikten tegen elkaar, maar dat hij zelf geen geweld gebruikt heeft.

Betrokken verbalisanten ( [verbalisant 6] , [verbalisant 5] en [verbalisant 7] ) spreken over een aantal verdachten die wegrenden richting de Willemstunnel waar andere verbalisanten stellen dat de verdachten wegrenden richting Centraal station ( [verbalisant 4] en [verbalisant 3] ). Wanneer men op de dancing uitkijkt is de Willemstunnel gelegen aan de rechterzijde en het Centraal Station aan de linkerzijde. Niet uit te sluiten valt dan ook dat er meerdere verdachten zijn geweest en er verwarring is ontstaan over welke persoon nou welke handelingen heeft verricht.

Daarbij verklaren verbalisant [verbalisant 4] en [verbalisant 3] dat zij zien dat vier mannen achter het slachtoffer aanrennen, het slachtoffer op enig moment struikelt en dat de vier mannen dan op het slachtoffer beginnen in te slaan. Portier [betrokkene 2] rept met geen woord over deze renpartij terwijl zijn collega [betrokkene 3] verklaart dat het slachtoffer juist rustig een sigaret staat te roken op het moment dat hij wordt aangevallen. Deze laatste verklaring rijmt ook geenszins met hetgeen wordt waargenomen op de beelden die zijn gemaakt van de entree van de dancing.

De verdediging wenst in het kader van de waarheidsvinding in hoger beroep dan ook in ieder geval de navolgende getuigen te horen:

- agent [verbalisant 4] ;

- agent [verbalisant 3] ;

- agent [verbalisant 6] ;

- agent [verbalisant 5] ;

- agent [verbalisant 7] ;

- portier [betrokkene 2] ;

- portier [betrokkene 3] ;

- aangever;

- [betrokkene 5] ."

2.2.4.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in:

"Cliënt stelt ten onrechte te zijn veroordeeld omdat hij weliswaar zich gemengd heeft in het incident, maar niet degene is geweest die heeft geschopt en geslagen. Cliënt stelt juist dat hij heeft gepoogd het slachtoffer en de dader uit elkaar te houden.

(...)

RESUME:

1. [verbalisant 6] / [verbalisant 5] / [verbalisant 7] houden cliënten staande terwijl er elders nog wordt gevochten

2. [verbalisant 9] hoort een getuige en geeft aan [verbalisant 11] door dat de staande gehouden personen kunnen worden aangehouden

3. Deze getuige blijkt te zijn de portier, en die wijst cliënten aan als de daders

4. [verbalisant 4] en [verbalisant 3] van de bereden politie wijzen eveneens cliënten aan als de daders

De portiers verklaren totaal anders over het verloop van de vechtpartij mbt het rennen en vallen van het slachtoffer (en verklaart nota bene dat hij het zeker weet)

Volgens [verbalisant 6] / [verbalisant 5] / [verbalisant 7] rennen verdachten richting CS

Volgens [verbalisant 4] en [verbalisant 3] rennen de verdachten richting Willemstunnel

-> dus totaal verschillende verklaringen leiden tot het aanwijzen van cliënten als verdachten.

-> hier kan dus niet anders dan sprake van verwarring en vergissing zijn.

Dossier rommelt en overtuiging ontbreekt.

-> Vrijspraak

Het is daarin gelegen dat Uw Gerechtshof is verzocht om getuigen te mogen horen. Dit betreft namelijk wel degelijk vragen die van belang zijn voor een beslissing uit hoofde van de artikelen 348 en 350:

- Rennende mensen gezien (portier)?

- Meerdere vechtpartijtjes gezien (portier)?

- Meerdere mensen aangehouden die avond die wegrenden (agenten)?

- Welke richting werd er nu opgerend op deze plattegrond (agenten)?

- Rustig buiten sigaretje gerookt (aangever)?

Verzoek wordt nogmaals herhaald."

2.2.5.

Het bestreden arrest houdt als beslissing van het Hof op het door de verdediging gedane verzoek het volgende in:

"De verdediging heeft in de appelmemorie gedateerd 31 oktober 2014 verzocht negen getuigen te horen. Dit verzoek is bij voorzittersbeslissing van 13 februari 2015 afgewezen.

De verdediging heeft ter terechtzitting voorwaardelijk verzocht, indien het hof meent tot een bewezenverklaring te kunnen komen, bedoelde negen getuigen alsnog te horen.

Het hof is van oordeel dat met betrekking tot het verzoek om deze getuigen te horen het noodzaakcriterium van toepassing is.

De noodzaak tot het horen van de opgegeven getuigen is het hof niet gebleken. Het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen."

2.3.

Daargelaten of het Hof bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur opgegeven getuigen het te dezen toepasselijke criterium heeft aangelegd, is de afwijzing van dat verzoek door het Hof, gelet op hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd, zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk.

2.4.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.