Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2107

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
18/02698
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1141, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Verdeling na echtscheiding van de tussen de echtgenoten bestaande vof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1271
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 november 2018

Eerste Kamer

18/02698

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

[verweerster],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/14/153543/HA ZA 14-133 van de rechtbank Noord-Holland van 21 mei 2014, 16 juli 2014, 10 september 2014, 4 maart 2015, 27 mei 2015 en 20 april 2016;

b. het arrest in de zaak 200.198.341/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2018.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.3 en 2.4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 16 november 2018.