Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2103

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
18/03657
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1294, Gevolgd
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Verzoek moeder tot beëindiging uithuisplaatsing dochter. Tevens verzoek om deskundige te benoemen; recht op deskundigenonderzoek, art. 810a lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1272
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 november 2018

Eerste Kamer

18/03657

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

De gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de GI.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikking in de zaak C/17/158073/FJ RK 17-1131 van de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2017;

b. de beschikking in de zaken 200.227.347/01 en 200.234.982/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 mei 2018.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De GI heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op de voet van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van
de Procureur-Generaal onder 3-4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 16 november 2018.