Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2098

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-11-2018
Datum publicatie
13-11-2018
Zaaknummer
15/03297
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1282
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schriftuur tardief, art. 437.2 Sv. Raadsman heeft n.a.v. mededeling rechtsdag bij faxbericht, waarbij eerder ingediende schriftuur is gevoegd, aan griffier HR bericht dat hij per post tijdig schriftuur aan HR heeft toegezonden en dat door zijn kantoor telefonisch ontvangst in goede orde van schriftuur is nagegaan. Levert aangevoerde bijzondere omstandigheid op ten gevolge waarvan raadsman niet risico draagt dat schriftuur buiten termijn is aangekomen? HR verklaart verdachte n-o, nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1281
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 november 2018

Strafkamer

nr. S 15/03297

SG/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 mei 2015, nummer 20/000755-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Bien, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2018.