Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2064

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
17/00730
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1259
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring aan verdachte bekend gemaakt? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Ongeldigverklaring is ex art. 132.4 WVW 1994 van kracht m.i.v. zevende dag na die waarop besluit tot ongeldigverklaring aan houder rijbewijs is bekendgemaakt. Gebezigde b.m. geven geen blijk van enige vorm van bekendmaking besluit aan verdachte. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat rijbewijs van verdachte op tlgd. pleegdatum ongeldig was verklaard, zodat evenmin uit b.m. kan volgen dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1239
SR-Updates.nl 2018-0425
VR 2019/205
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00730

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 3 augustus 2016, nummer 21/000739-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. van Assendelft de Coningh, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.

3.2.

De bewezenverklaring en de bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 10 tot en met 12.

3.3.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 13, is het middel terecht voorgesteld.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.