Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2063

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
17/00619
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:996
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheden dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende en onaangetekende brief is verzonden naar verdachte en niet retour is gekomen en dat rijbewijs reeds in bezit was van CBR en uit verklaring verdachte dat hij cursus heeft gedaan en alleen zijn rijbewijs nog moet ophalen, worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: Op gronden vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Uit b.m. blijkt dat verdachte t.t.v. tlgd. feit d.d. 4 september 2014 zijn rijbewijs niet tot zijn beschikking had nu het rijbewijs op dat moment in het bezit was van het CBR, dat de brief van het CBR d.d. 20 maart 2013 betreffende de ongeldigverklaring van verdachtes rijbewijs aangetekend naar verdachte is verstuurd en dat de aan verdachte verzonden aangetekende en onaangetekende brieven niet retour zijn gekomen naar het CBR. Daaruit kan gelet op rechtspraak HR niet worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dat verdachte voorts heeft verklaard dat hij ‘de cursus’ heeft gedaan en alleen zijn rijbewijs nog moest halen maakt dat niet anders. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1237
SR-Updates.nl 2018-0426
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00619

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 januari 2017, nummer 22/002498-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , voorheen [betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat in de zaak met parketnummer 96-048488-15 uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

2.2.

De bewezenverklaring en de bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6.

2.3.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 10 en 11, is de klacht gegrond.

2.4.

Voor zover het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 96-040141-16 tenlastegelegde, kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-048488-15 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.