Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2054

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
17/00846
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1013
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in h.b. Overschrijding redelijke termijn in cassatie. Ambtshalve beoordeling. Nu het middel t.a.v. 's Hofs n-o verklaring van verdachte in het ingestelde h.b. niet tot cassatie leidt en HR ook geen grond aanwezig acht waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat Hof verdachte terecht n-o heeft verklaard, zodat het vonnis in e.a. onherroepelijk is geworden. De omstandigheid dat HR uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep kan daarom niet leiden tot vernietiging van 's Hofs arrest. Volgt verwerping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/2113
NJ 2018/447
RvdW 2018/1234
SR-Updates.nl 2018-0432
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00846

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 juli 2016, nummer 20/003063-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1.

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden.

3.2.

Nu het middel ten aanzien van 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep niet tot cassatie leidt en de Hoge Raad ook geen grond aanwezig acht waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het Hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, zodat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Bij deze stand van zaken kan de omstandigheid dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, niet leiden tot vernietiging van 's Hofs arrest.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.