Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2013

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
17/01878
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1257
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Toewijzing immateriële schade aan b.p. wegens erfvredebreuk, art. 138 Sr. Verdachte heeft b.p. A (die in het kader van zijn werk als toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in het verleden het boerenbedrijf van verdachte heeft bezocht) en diens echtgenote b.p. B thuis opgezocht en zich niet aanstonds verwijderd toen A dat vorderde. Voldaan aan eisen art. 6:106 BW? Aantasting in de persoon? HR: art. 81.1 RO. CAG: Voor toewijsbaarheid van een vordering van vergoeding van schade die is veroorzaakt doordat benadeelde “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” i.d.z.v. art. 6:106.1.b BW is uitgangspunt dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij A is blijkens de door de b.p. overgelegde stukken een posttraumatisch stress syndroom vastgesteld n.a.v. het bewezenverklaarde. Bij B heeft het Hof uit de door de b.p. geproduceerde stukken afgeleid dat het feit psychische klachten tot gevolg heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1247
PS-Updates.nl 2018-0957
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/01878

NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 februari 2017, nummer 20/001912-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.