Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:2012

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
07-11-2018
Zaaknummer
17/00677
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1239
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vordering tul en oplegging vervangende hechtenis die duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, art. 14g en 22d Sr. Omzetting 12 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf in taakstraf van 52 uren, subsidiair 26 dagen hechtenis. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:834 m.b.t. redelijke wetsuitleg die meebrengt dat het de rechter niet vrij staat om vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt. HR vermindert zelf duur vervangende hechtenis tot 12 dagen en merkt nog op dat hier sprake is van een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig ECLI:NL:HR:2010:BJ7243 en ECLI:NL:HR:2012:BW1478, welke wijze van herstel de voorkeur verdient.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1238
NBSTRAF 2018/384
SR-Updates.nl 2018-0431
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 november 2018

Strafkamer

nr. S 17/00677

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 januari 2017, nummer 22/002931-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, te dien aanzien tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, nu de door het Hof bevolen vervangende hechtenis de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt.

2.2.

Het Hof heeft ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging het volgende beslist:

"Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 augustus 2015, onder parketnummer 10-732274-13, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen, te vervangen door:

een taakstraf voor de duur van 52 (tweeënvijftig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis."

2.3.

Bij de beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang:

- art. 14g, eerste en tweede lid, Sr:

"1. Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f,

1°. gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

2°. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

2. In plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf te geven kan de rechter een taakstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, gelasten. De artikelen 22b tot en met 22k zijn van overeenkomstige toepassing."

- art. 22d, eerste, tweede en derde lid, Sr:

"1. In het vonnis waarbij taakstraf wordt opgelegd, beveelt de rechter, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast.

2. De duur van de vervangende hechtenis wordt in gehele dagen, weken of maanden vastgesteld.

3. De vervangende hechtenis beloopt ten minste één dag en ten hoogste vier maanden. Voor elke twee uren van de taakstraf wordt niet meer dan één dag opgelegd."

2.4.

Ingevolge art. 14g, eerste lid, Sr kan de rechter gelasten dat de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden tenuitvoergelegd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid dat de rechter zal gelasten dat een vrijheidsstraf zal worden tenuitvoergelegd die van langere duur is dan de niet tenuitvoergelegde straf. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat het de rechter evenmin vrij staat om, indien hij ter vervanging van een vrijheidsstraf een taakstraf gelast, een vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt (vgl. HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:834).

2.5.

Uit het vorenoverwogene volgt dat het middel terecht is voorgesteld. De Hoge Raad zal zelf de duur van de vervangende hechtenis aldus verminderen dat deze twaalf dagen beloopt.

2.6.

Opmerking verdient nog het volgende. Het opleggen van een vervangende hechtenis die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt vormt een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arresten van 6 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ7243, NJ 2012/248 en 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478, NJ 2012/490. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare strafoplegging. (Vgl. HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:834.)

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de bij de aan de verdachte opgelegde taakstraf bevolen vervangende hechtenis;

beveelt dat de vervangende hechtenis twaalf dagen beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2018.