Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:186

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-02-2018
Datum publicatie
14-02-2018
Zaaknummer
16/04180
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1520
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:6029, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en aan het niet ter beschikking stellen van (de inhoud van) boeken, bescheiden en of gegevensdragers. Art. 68.1.b en 69.1 AWR. Falende klacht over niet door de b.m. weerlegd uos t.a.v. feit 1 en over ontoereikend bewijs van feit 2. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/04181.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/262
Viditax (FutD), 14-02-2018
FutD 2018-0478
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/04180

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 juni 2016, nummer 21/003728-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.