Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1764

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
17/05370
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:656
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:1393, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Zware mishandeling door tijdens amateurvoetbalwedstrijd sliding te maken ten gevolge waarvan tegenspeler gescheurde kruisband en meniscus oploopt, art. 302.1 Sr. 1. Voorwaardelijk opzet in sport- of spelsituatie. Verweer dat geen sprake is van opzet maar van een ongeval wordt niet weerlegd door b.m. 2. Tot bewijs gebezigde verklaringen berusten op mening, conclusie of gevolgtrekking. HR: art. 81.1 RO. CAG gaat o.m. nader in op verhouding tussen strafrecht en tuchtrecht bij overtredingen in het voetbal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1084
JIN 2018/190 met annotatie van C. van Oort
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/05370

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 februari 2017, nummer 22/004298-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.