Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1758

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
16/06292
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:659
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:8965, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte, art. 69 AWR en valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op art. 69 AWR en pleitbaar standpunt. Kan uit de omstandigheid dat de accountant de jaarrekeningen en aangiften heeft opgesteld volgen dat verdachte naar objectieve maatstaven gemeten redelijkerwijs kon en mocht menen dat deze aangifte juist en volledig was? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1074
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 16/06292

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 november 2016, nummer 21/004372-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.