Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1691

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
17/02531
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1007
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzetheling, art. 416 Sr. Wist verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de aanhangwagen dat deze van misdrijf afkomstig was? HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1067
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/02531

AJ/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 januari 2017, nummer 22/003490-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2018.