Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1589

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
12-09-2018
Zaaknummer
17/02113
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:601
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:217, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Mishandeling door een vrouw met wie verdachte onenigheid had in de Amstel te duwen, art. 300.1 Sr. Bewijsklacht. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk “vol opzet” aangenomen. Onder mishandeling kan ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam worden verstaan, terwijl dit z.m. uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1016
NBSTRAF 2018/309
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/02113

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2017, nummer 23/003586-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.