Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1538

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
16/06255
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:981
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Oplichting (art. 326 Sr) en flessentrekkerij (art. 326a Sr) door recidiverende eetpiraat. In h.b. overgelegde pleitnota bevindt zich niet bij stukken. Kunnen omstandigheid dat zich bij stukken wel een pleitnota (van e.a.) bevindt en overweging Hof dat in h.b. geen andere verweren zijn gevoerd dan in e.a., leiden tot achterwege blijven van nietigheid? De ttz. in h.b. door de raadsman overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan HR gezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman (in cassatie) ex art. 4.8.2 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. Niet valt na te gaan of ttz. meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uos naar voren zijn gebracht dan de in het door Hof bevestigde vonnis van Rb genoemde. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/1011
SR-Updates.nl 2018-0325
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 september 2018

Strafkamer

nr. S 16/06255

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 december 2016, nummer 21/001337-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2016 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnota zich niet bij de stukken van het geding bevindt.

2.2.

Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:

"De raadsman voert het woord ter verdediging aan de hand van een pleitnota die aan het gerechtshof is overhandigd en die aan dit proces-verbaal van terechtzitting is gehecht en als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd."

2.3.

De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. 4.8.2 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen.

2.4.

Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in het door het Hof bevestigde vonnis van de Rechtbank genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.

2.5.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.