Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1432

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-09-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
16/06252
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:555
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beraadslaging in h.b. n.a.v. onderzoek ttz. in h.b. en in e.a., art. 422.2 Sv. Arrest Hof houdt in: "Dit arrest is gewezen n.a.v. het onderzoek op de terechtzitting." Ex art. 422.2 Sv dient de beraadslaging in h.b. te geschieden n.a.v. het onderzoek ttz. in h.b. alsmede het onderzoek ttz. in e.a., zoals dit volgens het p-v van die tz. heeft plaatsgehad. Middel, dat klaagt dat Hof i.s.m. art. 422.2 Sv slechts heeft vermeld dat het arrest is gewezen n.a.v. het onderzoek op de tz. zonder te vermelden op welke tz. het daarbij het oog heeft, faalt reeds omdat geen rechtsregel een hof verplicht met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het heeft beraadslaagd n.a.v. zowel het onderzoek ttz. in h.b. als het onderzoek ttz. in e.a. (vgl. ECLI:NL:HR:1991:ZC8856). Volgt verwerping. HR merkt op dat een klacht als hier aan de orde in voorkomende gevallen met toepassing van art. 81.1 RO of art. 80a RO kan worden afgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/1657
RvdW 2018/971
NJ 2018/370
NBSTRAF 2018/292
SR-Updates.nl 2018-0317
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 september 2018

Strafkamer

nr. S 16/06252

KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2016, nummer 20/001929-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 422, tweede lid, Sv slechts heeft vermeld dat het arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting zonder te vermelden op welke terechtzitting het daarbij het oog heeft.

2.2.

De bestreden uitspraak houdt – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – het volgende in:

"Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting."

2.3.

Ingevolge art. 422, tweede lid, Sv dient de beraadslaging in hoger beroep te geschieden naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft plaatsgehad.

2.4.

Geen rechtsregel verplicht een hof met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het heeft beraadslaagd naar aanleiding van zowel het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep als het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg (vgl. HR 15 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8856). Reeds daarom faalt het middel.

2.5.

Opmerking verdient dat een klacht als hier aan de orde in voorkomende gevallen met toepassing van art. 81, eerste lid, RO of art. 80a RO kan worden afgedaan.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2018.