Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1213

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
13-07-2018
Zaaknummer
17/02578
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:306, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Pensioenrecht. Uitleg pensioentoezegging in brief. Zijn pensioenaanspraken correct afgefinancierd? Klachten over afwijzing van afzonderlijke vordering tot affinanciering van een tweede pensioenregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2018/1515
RvdW2018/901
PJ 2018/137
PR-Updates.nl PR-2018-0083
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juli 2018

Eerste Kamer

17/02578

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. S.F. Sagel,

t e g e n

ECOLAB B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Ecolab.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/16/334225/HA ZA 12-1323 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 februari 2013 en 31 juli 2013;

b. de arresten in de zaak 200.137.632 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 november 2015 en 28 februari 2017.

Het arrest van het hof van 28 februari 2017 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 28 februari 2017 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Ecolab heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Ecolab toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot vernietiging en verwijzing.

3. Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.1-1.21. Deze komen, kort samengevat en voor zover in cassatie van belang, op het volgende neer.

(i) [eiser] , geboren in 1950, is van 1 april 1974 tot en met 30 april 2012 in dienst geweest van (de rechtsvoorgangster(s) van) Ecolab, laatstelijk in de functie van Company Manager Ecolab Netherlands.

(ii) In 1989 heeft [eiser] een individuele pensioenregeling gesloten bij Equity & Law Levensverzekeringen (hierna: AXA). Uitgangspunt daarbij was onder meer dat [eiser] per 1 juli 2012, op 62-jarige leeftijd, met pensioen kon gaan. De pensioenregeling is neergelegd in twee verzekeringspolissen (hierna: de AXA-polissen). Ecolab heeft [eiser] kort daarna in een afzonderlijke brief een pensioentoezegging gedaan.

(iii) Ecolab heeft met ingang van 1 juni 2004 een pensioenregeling getroffen, die inhoudt dat zij [eiser] in staat heeft gesteld een winstdelende kapitaalverzekering (hierna: de NN-polis) af te sluiten bij Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V. (hierna: NN). De regeling is neergelegd in de pensioenbrief van 1 juni 2004, die [eiser] na 26 september 2005 voor akkoord heeft getekend.

(iv) In een brief van 12 juli 2005 heeft [eiser] AXA bericht de AXA-polissen te willen beëindigen omdat AXA hem had geïnformeerd geen streefregeling meer uit te voeren met ingang van 1 juni 2004 en hij beide polissen in dezelfde vorm wenste voort te zetten. De AXA-polissen zijn per 1 juni 2004 premievrij gemaakt. Nadien heeft Ecolab de tekorten die in de AXA-polissen zijn opgetreden als gevolg van salarisverhogingen afgefinancierd (backservice).

(v) In verband met de beëindiging van het dienstverband van [eiser] met Ecolab per 30 april 2012 hebben partijen op 8 december 2011 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder andere het volgende is bepaald:

“7. Ecolab shall fulfil its obligations towards [eiser] based on the applicable pension schemes (AXA/REAAL and Nationale Nederlanden), including payment of proportionate pension rights (in Dutch: “tijdsevenredige affinanciering van opgebouwde pensioenaanspraken”), and the Dutch Pension Act (in Dutch: “Pensioenwet”) until the Termination Date.

(…)”

3.2.1

[eiser] vordert in deze procedure na wijziging van eis onder meer en kort gezegd:

(a) primair dat Ecolab aan een Nederlandse levensverzekeraar een zodanige koopsom zal betalen dat die verzekeraar aan [eiser] daartegenover toekent onder meer een levenslang ouderdomspensioen van € 64.025,-- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012;

(b) subsidiair dat Ecolab een zodanige koopsom zal betalen aan SRLEV N.V. (voorheen: AXA) dat de daaruit resulterende kapitalen in de AXA-polissen voldoende zijn om rekenend met per 1 mei 2012 actuele grondslagen en tarieven van een door [eiser] aan te wijzen Nederlandse levensverzekeraar bij die verzekeraar onder meer in te kopen een levenslang ouderdomspensioen van € 64.025,-- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012;

(c) meer subsidiair dat Ecolab een zodanige koopsom zal betalen aan SRLEV N.V. dat de daaruit resulterende kapitalen in de AXA-polissen voldoende zijn om rekenend met per 12 juli 2005 actuele grondslagen en tarieven van een door [eiser] aan te wijzen Nederlandse levensverzekeraar bij die verzekeraar onder meer in te kopen een levenslang ouderdomspensioen van € 64.025,-- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012.

In cassatie zijn hiervan alleen de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen nog van belang.

3.2.2

[eiser] vordert bovendien dat Ecolab aan NN een zodanige aanvullende koopsom zal betalen dat het uit de NN-polis resulterende kapitaal voldoende is om rekenend met per 1 mei 2012 actuele grondslagen en tarieven van een door [eiser] aan te wijzen Nederlandse levensverzekeraar bij die verzekeraar in te kopen onder meer een levenslang ouderdomspensioen strokend met de opbouw in de periode 1 juni 2004 tot 1 mei 2012, betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2015.

3.2.3

De rechtbank heeft de vorderingen van [eiser] afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het heeft, voor zover in cassatie van belang, in het eindarrest daartoe als volgt overwogen.

“2.16 De grieven 3 tot en met 11 van [eiser] falen. De primaire vordering van [eiser] , die is gebaseerd op het onjuiste standpunt van [eiser] dat Ecolab aan [eiser] een eindloonregeling/toezegging heeft gedaan, moet worden afgewezen. De subsidiaire en meer subsidiaire vordering van [eiser] , die betrekking hebben op een door [eiser] gestelde en door Ecolab betwiste niet correcte affinanciering van de pensioenaanspraken, moeten eveneens worden afgewezen. Allereerst geldt ook hier dat deze vorderingen zijn gebaseerd op het onjuiste standpunt van [eiser] dat Ecolab aan [eiser] een eindloonregeling/toezegging heeft gedaan. Voorts is het hof van oordeel dat op grond van de destijds geldende artikelen 8 en 9a van de Pensioen- en spaarfondsenwet en het destijds geldende artikel 9a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Ecolab niet verplicht was de bij AXA gesloten pensioenverzekeringen met ingang van een (latere) datum dan 1 juni 2014 [lees: 1 juni 2004; HR] af te financieren. [eiser] heeft niet (voldoende) onderbouwd gesteld dat Ecolab de hiervoor vermelde pensioenverzekeringen niet met ingang van 1 juni 2004 heeft afgefinancierd. (…) Uit de afwijzing, van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [eiser] vloeit voort dat de vorderingen van [eiser] onder 3 [de vordering, genoemd hiervoor in 3.2.2; HR], 4, 5 en 6 van zijn gewijzigde eis moeten worden afgewezen. Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen.”

3.3.1

Het hof heeft in rov. 2.16 geoordeeld dat uit de afwijzing van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [eiser] voortvloeit dat de vordering als hiervoor in 3.2.2 bedoeld, moet worden afgewezen.

Onderdeel 1 van het middel klaagt terecht dat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom de afwijzing van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen ook de afwijzing meebrengt van de hiervoor in 3.2.2 bedoelde vordering. De eerstgenoemde vorderingen hebben alle betrekking op de pensioenopbouw tot 1 juni 2004 op basis van de pensioentoezegging uit 1989, als ondergebracht in de per 1 juni 2004 beëindigde
AXA-polissen. De laatstgenoemde vordering heeft betrekking op de daarop volgende, bij NN ondergebrachte, pensioenopbouw op basis van de pensioentoezegging uit 2005 over de periode 1 juni 2004 tot 1 mei 2012. De klacht slaagt dus.

3.3.2

Onderdeel 2 klaagt dat onbegrijpelijk is de beslissing van het hof in rov. 2.16 voor zover daarin is beslist dat de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Het onderdeel keert zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat Ecolab op grond van de art. 8 en 9a Pensioen- en spaarfondsenwet (oud) en art. 9a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet (oud), niet verplicht was de bij AXA gesloten pensioenverzekeringen met ingang van een latere datum dan 1 juni 2004 af te financieren en dat [eiser] niet (voldoende) onderbouwd heeft gesteld dat Ecolab de hiervoor vermelde pensioenverzekeringen niet met ingang van 1 juni 2004 heeft afgefinancierd. Het onderdeel betoogt dat dit oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van [eiser] die erop neerkomen dat AXA de polissen heeft afgefinancierd op ook per 1 juni 2004 al achterhaalde grondslagen en tarieven en dat affinanciering had moeten plaatsvinden op basis van de laatstelijk geldende tarieven.

3.3.3

Het oordeel van het hof dat Ecolab op grond van de art. 8 en 9a Pensioen- en spaarfondsenwet (oud) en art. 9a van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet (oud) niet verplicht was de bij AXA gesloten pensioenverzekeringen per een latere datum dan 1 juni 2004 af te financieren, is in cassatie als zodanig niet bestreden. Dit oordeel kan de afwijzing door het hof van de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen zelfstandig dragen. De klachten van onderdeel 2 kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.3.4

Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat het oordeel van het hof dat [eiser] niet voldoende onderbouwd heeft gesteld dat Ecolab de AXA-polissen niet per 1 juni 2004 heeft afgefinancierd, in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst en niet onbegrijpelijk is. Het hof behoefde, op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.12, tweede alinea, de stellingen in de memorie van grieven onder 3.12-3.22 en 4.16.3 niet te betrekken bij zijn beoordeling van de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen.

3.4

Onderdeel 3 bevat een op onderdeel 1 voortbouwende klacht tegen het oordeel van het hof in rov. 2.17 over de kosten van de procedure en slaagt in het voetspoor van dat onderdeel.

3.5

Nu Ecolab de met succes bestreden beslissing van het hof niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2017;

verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;

reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;

begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eiser] op € 2.130,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van Ecolab op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.