Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1206

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
13-07-2018
Zaaknummer
17/05471
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:579, Gevolgd
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Caribische zaak. Geschil tussen ex-echtgenoten over de vraag of kort na de echtscheiding in 1985 reeds feitelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap heeft plaatsgevonden. Art. 3:182 en art. 3:186 BW Sint Maarten (= art. 3:182 en art. 3:186 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW2018/912
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juli 2018

Eerste Kamer

17/05471

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende in Sint Maarten,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

t e g e n

1. [verweerder 1],

2. [verweerster 2],

beiden wonende in Sint Maarten,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak AR 151/2014 van het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 19 mei 2015, 22 september 2015 en 8 maart 2016;

b. het vonnis in de zaak AR 151/14 - ghis 80312 - H 305/16 en 305A/16 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 1 september 2017.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.