Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:119

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-01-2018
Datum publicatie
30-01-2018
Zaaknummer
16/01083
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1497, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Salduz-verweer. Middelen m.b.t. oordeel Hof dat volstaan kan worden met de constatering dat sprake is van schending van het recht op verhoorbijstand van vóór 1 maart 2016. CAG over o.m. het recht op bijstand tijdens verhoor voor de i.c. afgelegde politieverhoren in 2012, mede i.h.l.v. de zaak EHRM 13 september 2016, nr. 50541/08, 50571/08, 50573/08 en 40351/09 (Ibrahim e.a./Verenigd Koninkrijk). HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/01085P.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2018/231
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/01083

AGE/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 januari 2016, nummer 21/000721-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2018.