Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2018:1155

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
10-07-2018
Zaaknummer
16/05594
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:537
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet beslist op namens verdachte gedaan beroep op overschrijding redelijke termijn in h.b. Op gronden die zijn vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Aangevoerde kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een beroep op strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn. Hof had hierop op straffe van nietigheid uitdrukkelijk met redenen omklede beslissing moeten geven. Zodanige beslissing komt niet voor in bestreden uitspraak. Uit tijdsverloop vanaf instellen h.b. tot uitspraak Hof volgt dat redelijke termijn in h.b. is overschreden. HR doet de zaak zelf af en vermindert opgelegde gevangenisstraf. Samenhang met 16/05596 en 16/05597.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW2018/941
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 juli 2018

Strafkamer

nr. S 16/05594

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 3 november 2016, nummer 21/003695-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op het namens de verdachte gedane beroep op overschrijding van de redelijke termijn.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.

2.3.

De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat, nu door het Hof uitspraak is gedaan op 3 november 2016, de redelijke termijn van berechting als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM bij de behandeling van de zaak in hoger beroep is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier maanden.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze drie maanden endrie weken beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.